Donderdag in november. Ik bevind mij in de trein die om
11.48 uur zich als intercity van Zwolle richting Roosendaal dient te begeven. Dat
eindpunt zal ik niet bereiken. Mijn voorlopig doel is Deventer alwaar ik over
moet stappen in de trein naar Apeldoorn. Daar heb ik een afspraak met mijn
echtgenote.
De trein is nog tamelijk leeg als ik instap. Even later
komen er meer mensen binnen, voornamelijk jonge
lieden, vermoedelijk studenten. Op de stoel tegenover mij neemt een jong
meisje plaats. Blond haar, een leuk open gezichtje met een grappig wipneusje.
Aan de andere zijde van het gangpad strijken tegelijkertijd eveneens twee
jongedames neer, ook niet onaardig! Alsof het afgesproken is trekken ze alle
drie gelijktijdig hun mobiele telefoontjes, terwijl zo op het oog ze in geen
enkel relatie met elkaar staan. Het meisje tegenover me begint enthousiast te
sms-en, de andere twee vangen op gepast gedempte toon een gesprek aan. Dan komt
er een jongen binnen. Zijn entree leidt tot een blij verraste verbazing van
mijn overbuurvrouw. “Ah, joh, je bent er wél! Ik zat je net te sms-en!”. Hij
ziet haar wel zitten en neemt met een dweperige blik naast haar plaats.
Onmiddellijk verzinken ze in een levendig gesprek, doorspekt met veel
scholierenvaktaal die ik maar gedeeltelijk kan bevatten. Economie is kennelijk
niet haar favoriete vak want ze “kan er maar niet toe komen er mee aan de gang
te gaan, terwijl we morgen de héééle dag economie hebben”. Wel nee, riposteert
haar collega, “We hebben morgen ook nog BMI……., toch?” Terwijl ik mij suf zit
te prakkiseren wat BMI nu weer is, neemt naast mij nog dame plaats. Ze heeft
wat tijd en ruimte nodig om zich te nestelen want ik krijg een paar maal een
elleboogje van haar in mijn zij. Gewillig schuif ik nog een eindje naar het
raam op. En ja hoor, ook hier wordt een gsm opgediept uit de krochten van haar
handtasje. Met twee geroutineerde duimen begint ze als een razende een bericht
te construeren, hetgeen gepaard gaat met de kennelijk onvermijdelijke piepjes.
Het wordt een lang verhaal, constateer ik als ik besmuikt vanuit mijn ooghoeken
toekijk.
Intussen ontwikkelt de conversatie van de twee tegenover mij
zich van het schoolgebeuren nu meer in de richting van de bijbaantjes annex
uitgaansleven. Het geluidsvolume van hun dialoog is dusdanig dat het
godsonmogelijk is niet mee te luisteren! Ze blijken allebei iets te doen in het
horecawezen en worden daar kennelijk voornamelijk aan de gang gezet met
schoonmaakwerkzaamheden dan wel karweitjes van gelijke strekking. Dat ze nou
echt opgaan in hun werk kan niet worden opgemaakt uit wat ze elkaar hierover mede
te delen hebben. Zij: “Nou ja zeg, toen moest ik van die eikel ook nog alle
tafels gaan schoonmaken. En dat vond ik gewoonweg zwaar kut want daarom kwam ik vet
laat in de kroeg! Maar goed, we hebben enorm gezopen en dat was eigenlijk
ook wel weer vet gaaf! Toen had ik écht zoiets van zeg maar het kan me allemaal geen ene fuck schelen, ik ga zuipen!” Hij: “Ja,
ik moet ook steeds van die kutkarweitjes
opkanppen. Zwaar klote allemaal. Maar
je moet je gewoon wat vaker ziek melden, dat kan gerust, want ze controleren
toch niet!” Het lijkt haar een interessante suggestie.
Mijn belendende dame is nog bezig met haar sms-verhaal. Soms
pauzeert ze even en dan klinkt er al vrij snel een tingeltangeltje,
waarschijnlijk een antwoord van gene zijde. Uiteindelijk is kennelijk alles wat
meegedeeld en uitgewisseld wat meegedeeld en uitgewisseld dient te worden en met tevreden zucht wordt
het apparaatje dichtgeklapt en opgeborgen. Niet voor lang overigens want even
later word ik opgeschrikt door een soort oerwoudkreet die als ‘ringtone’ uit
haar handtas opklonk! Er wordt even druk gegrabbeld, want damestasjes, niet
waar…………? en ja, het onmisbare communicatiemiddel bevindt zich bij haar lieve
oortje. “Ja!”, is haar tamelijk summiere melding. “Nee, ik heb dit nummer nog
niet zo lang, dus dat kan niet……………… Nou, dat kan ik niet geweest zijn, hoor!
Hoe lang? Nou, een week of drie. Nee, daar heb ik geen belangstelling voor.
Nee, ook niet. Ja, dat is goed, daag!”
Aan de overzijde gaat het allemaal nog zeer geanimeerd over
alles wat jonge levens klaarblijkelijk heden ten dag zoal bezig houdt. Er wordt
nog heel wat afgekut en gefuckt. Ook het aantal zeg maars en dan heb ik zoiets vans zijn niet van de lucht. Ik kijk quasi
geïnteresseerd naar buiten, hoewel het voorbijsnellende landschap daar niet de
minste aanleiding toe geeft en verzink in allerlei bespiegelingen over de
zegeningen van de moderne communicatiemiddelen, waarbij ik mijzelf voorhoud
godzijdank niet aan die gekte mee te hoeven/willen doen. Op dat moment gaat
mijn eigen mobiele telefoon! Mijn vrouw! Zij wil mij waarschuwen dat er
waarschijnlijk geen treinen rijden van Deventer naar Apeldoorn wegens een ongeluk. “Is goed. Ik vind het wel zwaar kut
trouwens. Moet ik nu met de bus? Ik weet geen fuck van die dienstregeling af.
Is het zeg maar niet beter dat je me even uit Deventer haalt? Ik denk dat we
anders vet laat in Arnhem aankomen. Ik heb nu zoiets van dit is zwaar klote,
weet je! Ik bel je nog wel!”
Het gesprek aan de overkant stokt en twee paar jongen ogen kijken
mij ietwat onthutst en gegeneerd aan. Ik glimlach hen minzaam toe! Ook naast
mij verneem ik enige onrust. Ah, daar is Deventer. Vet gaaf!