zaterdag 17 februari 2024


Feest.

Op 16 januari 1958, nu ruim 66 jaar geleden, trouwde mijn broer Jan. Het was een bitter koude dag. Het huwelijk werd voltrokken en bevestigd in Sneek. Ik was 11 jaar. Mijn moeder had voor mij een keurig kostuum gekocht. Ook droeg ik een deftig vlinderstrikje - door mijn beppe (oma) consequent als 'verdommelinkje' aangeduid. Van de huwelijksvoltrekking in het stadhuis weet ik me weinig te herinneren. Van de kerkelijke inzegening weet ik nog dat ik het nog nooit zo koud had en heb gehad als daar in die grote, nauwelijks verwarmde mooie Martinikerk. De preek is aan mij voorbijgegaan. Er werd ook gezongen. Ik mimede maar wat mee en had het alleen maar koud. Op het 'moment suprême' schoof mijn broer de trouwring om de vinger van zijn wettige echtgenote onder het uitspreken van een bezwerende belofte dat hij 'haar zou loven en liefhebben' of woorden van gelijke strekking. Ik vond het allemaal zeer indrukwekkend. Des avonds was er een heuse bruiloft in een gebouwtje dat St. Jozef heette. Mét muziek en stukjes. Ook werd er wel een glaasje geschonken. Een van de hoogtepunten was voor mij het optreden van een collega van mijn broer. De man heette Siebe Lootsma. Enigszins wankelend beklom hij het toneel en zong daar het pakkende lied getiteld 'Droomland'. Met in de ene hand een glas bier en in de andere een sigaar bracht hij, met gesloten ogen, deze klassieker voor een ontroerd publiek ten gehore. Maar ook de meer serieuze feestliederen als 'En we gaan nog niet naar huis, nog lange niet............' of 'En van je hela hola, houd er de moed maar in...........' vonden gretig aftrek. Mijn vader zaliger, die een mooie bariton had, die hij na enige alcoholische aansporing toch wel met ons wilde delen zong het aangrijpende 'Aan de muur van het oude kerkhof'.

Iedereen vond het prachtig.
Tot in de kleine uurtjes ging het feest door. Mijn vader lustte graag een borreltje. Dit was één van de weinige keren dat ik hem in lichtelijk beschonken toestand meemaakte. Hij bleef echter de vriendelijke, milde - zij het toen wat warrige - lieve vader die ik mij herinner.
Exact tien jaar later - 16 januari 1968 - ontmoette ik de liefde van mijn leven: Wipkje. Op een avond, georganiseerd door de personeelsvereniging waar we beiden lid van waren – een avond met sportverslaggever Dick van Rijn (wie kent hem nog?) – kwamen we bij elkaar in de buurt te zitten. Lang verhaal kort: De vonk sprong over en het vuur dat daaruit is ontstaan brandt nog steeds zeer behaaglijk!
Broer Jan is er helaas niet meer evenals zijn, in die bitterkoude Martinikerk aangenomen, kersverse echtgenote, mijn schoonzuster. Maar wat uit hun huwelijk is voortgekomen aan (klein)kinderen vormt voor ons nog steeds een dankbaar stemmende nalatenschap.

zaterdag 15 april 2023

15 april 2023.

Waarom ik lees en tóch niet rook.

Naarmate de leeftijd vordert, ben nu 76, merk ook ik dat het kortetermijngeheugen wat vaker hapert. Ik bedoel naar de keuken lopen en daar aangekomen niet meer weten wat je daar nou eigenlijk wilde doen. Terug naar de woonkamer en dan ineens schiet het je weer te binnen. Naar ik mij heb laten vertellen is dit bij de ouder wordende mens een vrij veel voorkomend verschijnsel waar meneer Alzheimer niet noodzakelijkerwijs bemoeienis mee hoeft te hebben.

Daarentegen is er met mijn langetermijngeheugen niets mis. Integendeel! Ik heb glasheldere herinneringen aan mijn (vroege) kindertijd. Ik licht er even twee voorbeelden uit. Eerste helft jaren vijftig vorige eeuw:

's Zaterdagmiddags deed mijn vader de wekelijkse boodschappen die mijn moeder daarvóór op een briefje had geschreven. Als ik geen andere kinderdingen te doen had mocht ik met hem mee. Hij tilde mij achter op de bagagedrager van de fiets en we karden richting Schrans.

De Schrans was/is een winkelstraat iets ten zuiden van het centrum van Leeuwarden.Alle noodzakelijke winkelbranches waren er vertegenwoordigd: bakker, slager, groenteboer, kruidenier (supermarkten bestonden toen nog niet in Liwwadden), apotheker, fietsenwinkel, tabakszaak, boekwinkel etc. etc.

Onze eerste stop was, zoals mijn vader dat noemde de 'sigarenboer'. De zaak bevond zich net na de spoorwegovergang (wij noemden de spoorbomen hardnekkig 'spoorhèkken) van de spoorlijn Leeuwarden - Groningen aan de linkerkant van de Schrans. De uitbater heette Veelders. Hij was een al wat oudere man met een snorretje. Hij sprak keurig Nederlands - Hooghaarlemmerdijks noemden we dat, een beetje spottend - wat het vermoeden deed rijzen dat hij niet van Friese of Leeuwarder origine was. Desalniettemin was het een aardige man. Hij was, evenals de meeste van zijn klanten een vurige supporter van v.v. Leeuwarden, de voorloper van het huidige - in degradatienood verkerende - Cambuur. In zijn winkel bevonden zich in mijn herinnering altijd (mannelijke) klanten en de gesprekken gingen voornamelijk over voetbal en dan in het bijzonder over Leeuwarden. Hadden ze gewonnen dan was dat louter het resultaat van de bijzondere kwaliteiten van de (semi-professionele) spelers van het elftal. Bij verlies was de partijdigheid of de gebrekkige spelregelkennis van de scheidsrechter de boosdoener. Mijn vader deed altijd dapper mee en het bleef altijd erg gemoedelijk. Kom daar nu nog eens om! Er stond altijd zo'n 'eeuwig' brandend vlammetje op de toonbank waar desgewenst de sigaret of sigaar mee kon worden geactiveerd. Mijn vader rookte zware shag - Van Nelle voornamelijk - en zo nu en dan veroorloofde hij zich - na overleg met mijn moeder, want er moest toch wel behoedzaam met de centjes worden omgegaan - een doos sigaren. Hofnar, Schimmelpennink, Willem II, Agio zijn een paar merken die ik me herinner. Die vele bezoeken aan de sigarenboer hebben mij echter nooit tot het nemen van ook maar één trekje van een sigaret of sigaar kunnen verleiden. Ik heb altijd een afkeer gehad van rook in je lichaam zuigen om het vervolgens weer uit te blazen. 

Na Veelders brachten we een bezoek aan de leesbibliotheek van Van der Meer. Hij dreef een particuliere uitleenbibliotheek even verderop in de Schrans. Sinds vele jaren is nu in dit pand een Chinees-Indisch restaurant gevestigd, Sin Jah. In de zaak was het altijd schemerig. Ik zie de boeken nog voor me. Elk boek had een zwart kaft met een rood etiket met daarop de naam van de uitlener Van der Meer. Mij vader hield van detectives. Vooral de schrijvers Edward Multon en Edgar Wallace genoten zijn voorkeur. Mijn moeder hield meer van het wat romantische repertoire evenals mijn zuster Thea. Broer Jan was verzot op verhalen die zich in 'Het Wilde Westen' afspeelden. En voor mij zocht pappe dan een jeugdboek uit. Klassiekers Pietje Bell en Dik Trom zijn in mijn geheugen gegrift. Mijn dierbaarste jeugdherinnering is dat mijn vader mij 's zondagsmiddag op schoot nam en dan voorlas uit een boek dat hij voor mij uit had gezocht. Ik hing dan lekker tegen hem aan, hoorde zijn stem, rook zijn geur en voelde me volmaakt gelukkig en veilig, meer dan ooit daarna! 

Zo'n zeventig jaar geleden en nog zo levendig voor de de geest. Hoe gelukkig kan een mens zijn.................




maandag 22 juli 2019

Zetelroof



Er is een relletje binnen de Partij voor de dieren. Een gefrustreerde mevrouw, Femke Merel van Kooten, 2e Kamerlid voor de PvdD, hangt de vuile(?) was buiten en doet een boekje open over het 'schrikbewind' van Marianne Thieme, fractievoorzitter. Een groot deel van agrarisch Nederland likt zijn vingers af, want alles wat de PvdD schade kan berokkenen is immers welkom! De Partij voor de Dieren wordt binnen de sector door velen gezien als vijand van de boeren. Hoe kortzichtig die visie ook mag zijn en hoe zeer ze ook hun best doen met goed onderbouwde argumenten de samenleving te overtuigen dat dieren anders=beter moeten worden behandeld, de massa is nog niet om.

De PvdD vindt dat dieren moeten worden behandeld overeenkomstig hun natuurlijke behoeften. Een varken hoort te kunnen scharrelen, evenals een kip. Koeien horen de mogelijkheid te hebben hun kalf te zogen en te verzorgen tot het natuurlijk moment van scheiding. Ze horen ook niet te worden geslacht op een leeftijd die nauwelijks een kwart is van de hoe oud ze kunnen worden. Jonge dieren als stierkalfjes - restproduct noemt de sector ze - en lammetjes horen niet te worden gedood ter consumptie. Pas geboren haantjes - eveneens waardeloos 'restproduct'-  horen niet levend in een versnipperaar te worden vermorzeld. Dit is slechts een ruwe selectie uit wat we allemaal met dieren (menen te mogen) doen.

Natuurlijk is de PvdD ook begaan met het lot van mensen. Immers ook wij zijn dieren. Maar de corebusiness van de partij is en hoort te zijn: niet-menselijke Dieren. En dan is daar mevrouw Van Kooten die vindt dat de partij zich te weinig bekommert om pure mensenaangelegenheden, alsof alle  andere partijen zich al niet bezig houden met de (kortetermijn)belangen van de mens. En als de PvdD dat daar dan tegenover stelt verlaat mw. Van Kooten stampvoetend de fractie terwijl ze haar zetel in plaats terug te geven aan de partij die haar de kans gegeven heeft volksvertegenwoordiger te worden, meeneemt. Natuurlijk is dit zetelroof hoewel het formeel niet zo mag worden genoemd. De Partij voor de Dieren komt deze nare streek wel te boven. Of dat met Femke ook het geval zijn staat nog maar te bezien.

Herman Gallé


donderdag 11 juli 2019

Vissen huilen niet.



In 2010 stuurde ik, toen nog als provinciaal bestuurslid van de Partij voor de Dieren, een brief naar de basisscholen in Fryslân. Hierin vroeg ik hen niet in te gaan op het aanbod van de Hengelsportfederatie Friesland om vislessen op scholen te geven.

Een gering aantal scholen was bereid te reageren. De meesten lieten niks van zich horen. De reacties varieerden van: “Waar bemoei je je mee?” tot “Wij vinden vislessen een goede zaak en we gaan er mee door”.

Een paar weken geleden zag ik een berichtje in Huis aan Huis Stellingwerf. Groep 8 van CBS Het Kompas had visles gekregen van Sportvisserij Nederland. Volgens juf Marit van der Veen was het een groot succes. Of in die les ook aandacht is besteed aan wat ‘sport’vissen voor de vis betekent weet ik niet, maar ik heb mijn twijfels.

Vissen zijn hoogontwikkelde gewervelde dieren. Ze kunnen lijden. Een vis ervaart pijn, angst en stress. Daar hoeft geen discussie meer over te bestaan. Ook de wereldberoemde Nederlandse wetenschapper Frans de Waal komt in zijn nieuwste boek ‘Mama’s Laatste Omhelzing’ tot de conclusie: [..]….op grond van deze en andere onderzoeken is het nu de algemeen heersende visie dat vissen inderdaad pijn voelen[..].

Het mag dan ook duidelijk zijn dat de haak door de bek van de vis erg pijnlijk voor het dier is, evenals het onthaken en wat daar op volgt.

En dat willen we kinderen leren? Dieren pijn doen? Voor de lol?

Lijden en dood horen bij het leven. Dat zal ook gelden voor vissen. Maar is het niet onze morele plicht geen onnodig leed te veroorzaken bij mens en dier? Zouden we onze kinderen niet moeten bijbrengen dat dieren geen speelgoed zijn, maar wezens met gevoel en emoties die grotendeels met die van ons overeenkomen? Vissen hebben geen stembanden, geen gelaatsuitdrukking waarmee ze hun angst, pijn en stress aan ons kenbaar kunnen maken.

Waarom doen we dit dieren toch aan? En waarom geven we kinderen het idee dat dieren er voor de mens zijn?

Vissen is niet stoer en heeft niets van doen met kinderen vertrouwd maken met de natuur. Integendeel, ze vervreemden er juist van. Ze krijgen een verkeerd beeld omdat we hen leren dat natuur een speelplaats is en dat we het recht hebben die te betreden en te benutten wanneer en hoe het ons uitkomt.

De titel van dit stukje heb ik ontleend aan een hoofdstuk uit het boek van Frans de Waal om aan te geven hoe machteloos het dier is tegen de mens die het door hem veroorzaakte leed ontkent of bagatelliseert.



Herman Gallé

zaterdag 25 mei 2019

Boxtel



In de Leeuwarder Courant schaart Aan Dirk van der Meulen zich aan de zijde van hen die de bezetting half mei 2019 van een varkensbedrijf door Meat the Victims in Boxtel scherp veroordelen.

‘Intimidatie, extremisten, terroristen, criminelen’, zijn woorden die aangeven hoe groot de zedelijke verontwaardiging is over wat zich daar in het Brabantse afspeelde.

Van der Meulen vindt het zorgwekkend “dat er warempel(!) hier en daar sympathie doorklinkt voor de actie”.

Nu, ik ben zo’n ‘warempelaar’.

Natuurlijk – dat valt niet te ontkennen – is de wet door de actievoerders overtreden. Lokaalvredebreuk. Dus zullen de bezetters zich voor de rechter moeten verantwoorden.

Ook valt niet te ontkennen dat de weerstand tegen hoe er met dieren in de vee-industrie wordt omgegaan hand over hand toeneemt. De omstandigheden waaronder de dieren ‘leven’ zijn mens- en dieronterend.

Topadvocaat Jan Vlug heeft te kennen gegeven de ‘extremisten’ te willen bijstaan in hun gerechtvaardigde strijd. Hij acht de kans substantieel dat de rechter mild zal oordelen over de actie en misschien zal overgaan tot strafvermindering of zelfs ontslag van rechtsvervolging. Ik ben er van overtuigd dat het overtreden van de wet in bepaalde gevallen acceptabel is wanneer met de overtreding een groter belang wordt gediend dan het ‘onrecht’ dat door die wet wordt gelegitimeerd.

Robin Schaper van ‘Even Geen Vlees’ verwijst naar hen die in het verleden wetten overtraden omdat ze deden wat rechtvaardig was voordat de maatschappij dat (h)erkende.

De actie in Boxtel was geweldloos. Er zijn geen gewonden gevallen noch zijn er serieuze vernielingen aangericht. Het geweld kwam van een aantal sympathisanten van de varkenshouder die, al dan niet onder invloed van wat biertjes, autobanden lek staken en auto’s van de activisten in de sloot kieperden.

Door de beelden die door de activisten naar buiten werden gebracht kon het publiek – voor zover dat nog niet het geval was – kennis nemen van de omstandigheden waaronder de varkens worden gehouden. Zeugen die ingeklemd tussen ijzeren hekken hun biggetjes moeten voeden, dode en stervende biggetjes. Een en al ellende waarvoor onze samenleving zich diep moet schamen.

De vee-industrie is een grote schandvlek op het blazoen van onze ‘beschaafde’ natie. En het is goed dat mensen zich er tegen verzetten. Dat dat hier gepaard moest gaan met een wetsovertreding is jammer maar het bewijst wel dat voor velen de maat vol is.

Wetten zijn mensenwerk en dus feilbaar. En wanneer de wet onnodig lijden gedoogt of accepteert wordt het tijd voor de politiek om in te grijpen. En soms moet de politiek daarbij een handje geholpen worden.

Voor mij is niet de vraag óf maar wáár, wannéér en hóe de volgende actie zal plaatsvinden.



Herman Gallé

woensdag 20 februari 2019

Sylvana.


Sylvana Simons is een mooie vrouw. Dat vind ik. Is ze aardig? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ze de kunst verstaat op de verkeerde momenten de verkeerde dingen te zeggen. Ik verdenk haar er van de verontwaardigde reacties als een soort beloning op te vatten. Ze geniet er van. Want dat geeft haar de gelegenheid heel snel de racismekaart te trekken en in een soort slachtofferrol te vluchten. Wonderlijk genoeg heeft ze een behoorlijke groep bewonderaars om zich heen verzameld. Haar partij – Bij1 – bezet één zetel in de Amsterdamse gemeeenteraad.
Onlangs was er een debat over de suicide by cop in de hoofdstad. Een – met achteraf een neppistool – gewapende man werd door de politie doodgeschoten. In het debat ging er om of het door de politie toegepaste geweld al dan niet proportioneel was. Sylvana vond van niet. Zij repte van ‘buitensporig politiegeweld’ wat zou kunnen blijken uit het feit dat er zo’n twintig kogels op de man waren afgevuurd alvorens hij het loodje legde.
Tevens beweerde zij dat met name onder ‘gekleurde’ jongeren in Amsterdam de angst leeft voor de politie omdat die het nogal op hen gemunt zou hebben.
Zo goed als de voltallige gemeenteraad was verbijsterd en woedend over de wijze waarop Sylvana de Amsterdamse politie in haar betoog neerzette. Het deerde haar niet. Hooguit gaf ze aan enige nuancering aan te willen brengen in een paar al te boude uitspraken.
Met name woordvoerders van de VVD, SP en de PvdD wasten Sylvana de oren en maanden haar haar woorden te matigen. Het woord ‘nederigheid’ werd door alle drie partijen in haar richting uitgesproken.
Merkwaardig genoeg werd vooral Johnas van Lammeren van de Partij voor de Dieren op de sociale media aangesproken en werd van hem geëist zijn excuses aan te bieden. Waarom in Godsnaam?
Is het omdat een blanke man dit woord extra lading gaf door het te richten tot een donkere vrouw? Werd er een racistoïde ondertoon bespeurd? Wekte het feit dat Van Lammeren een niet onomstreden politieke partij vertegenwoordigt de gramschap van rechts Nederland op? Waarom werden Eric van der Burg (VVD) en Nicole Temmink (SP) niet opgeroepen hun woorden terug te nemen? Zijn we behept met een soort kwetsgeilheid?
Johnas van Lammeren was verstandig en gaf toe dat het N-woord tot gekwetste reacties zou kunnen leiden  en bood daarvoor zijn excuses aan.
Wordt vervolgd……………….

maandag 14 januari 2019


Homo's, dieren en het Christendom. 

Naar aanleiding van de door een aantal Nederlandse orthodoxe christenen ondertekende Nashvilleverklaring had ik een stuk geplaatst in de Leeuwarder Courant. De reacties  in mijn omgeving waren in het algemeen lovend en instemmend.
Een goede vriendin van me had ik het stuk op haar verzoek toegestuurd. Zij was het met de strekking volkomen eens. Alleen stoorde zij zich aan de op twee na laatste alinea- [..]Het christendom, dat zich afficheert de liefde en barmhartigheid uit te dragen, is jammerlijk mislukt. Zijn eerst de dieren al in de steek gelaten, nu is het een grote groep uit de eigen soort waar de geloofsgemeenschap zich van afwendt[..] - en liet mij dat weten. Zij vindt dat ik de christenen die zich wél inzetten voor de acceptatie van LHBTI-mensen met mijn schrijven tekort doe. 
Ik snap haar bezwaar. Ze is zelf gereformeerd, niet van het steile KeesvanderStaaij-kaliber, maar oprecht gelovig en een lief mens. 
Ik zit nog na te denken over een reactie. Immers weet ik ook dat veel individuele christenen zich inzetten voor meer menselijkheid en andersdenkenden en b.v. dieren met veel liefde en begrip tegemoet treden.
Ik heb met opzet de term 'het christendom' gebruikt. Zelf ben ik niet gelovig, maar ik sta welwillend tegenover hen die dat wél zijn. Ik weet natuurlijk dat er mensen zijn die op grond van hun geloofsovertuiging zo veel mogelijk goed willen doen. Ik noem bv Albert Schweitzer die zichzelf wegcijferend in Lambarene doodzieke mensen verzorgde, behandelde en probeerde te genezen. Ik denk ook aan mensen van het Leger des Heils en andere op het evangelie gebaseerde organisaties en individuen. 
Maar laten we niet vergeten dat ook veel onrecht en leed is geschied en toegebracht in naam van God en de Bijbel. De kruistochten, de inquisitie, heksenverbrandingen, de slavernij, de apartheid en andere vormen van racisme, het wegzetten van andersdenken en andersgeaarden, kindermisbruik...……..De historie is er van vergeven. De felste verdedigers van o.a. d bio-industrie vind je bij het CDA en de SGP.  Al met al heb ik geen prettig beeld van het instituut Christendom. 
Gelukkig zie nu bij veel kerken de regenboogvlag wapperen. Dat doet mij goed. En ik weet ook dat veel gelovigen zich keren tegen de hetze die door deze idiote verklaring is opgewekt. 
Moeilijk om mijn afkeer van deze onzindelijke handelwijze van het Nashvillegepeupel in zodanige bewoordingen te gieten dat geen goedbedoelenden zich aangesproken hoeven te voelen. Ik hoop dat het me lukt weer op één lijn te komen met hen die zich onterecht en onbedoeld  gekwetst voelen. Misschien dat het nog goed komt met  het christendom. Om van die andere massieve godsdienst nog maar even te zwijgen.