De PvdD vindt dat dieren moeten worden behandeld
overeenkomstig hun natuurlijke behoeften. Een varken hoort te kunnen
scharrelen, evenals een kip. Koeien horen de mogelijkheid te hebben hun kalf te
zogen en te verzorgen tot het natuurlijk moment van scheiding. Ze horen ook
niet te worden geslacht op een leeftijd die nauwelijks een kwart is van de hoe
oud ze kunnen worden. Jonge dieren als stierkalfjes - restproduct noemt de
sector ze - en lammetjes horen niet te worden gedood ter consumptie. Pas
geboren haantjes - eveneens waardeloos 'restproduct'- horen niet levend in een versnipperaar te worden
vermorzeld. Dit is slechts een ruwe selectie uit wat we allemaal met dieren
(menen te mogen) doen.
Natuurlijk is de PvdD ook begaan met het lot van mensen.
Immers ook wij zijn dieren. Maar de corebusiness van de partij is en hoort te
zijn: niet-menselijke Dieren. En dan is daar mevrouw Van Kooten die vindt dat
de partij zich te weinig bekommert om pure mensenaangelegenheden, alsof
alle andere partijen zich al niet bezig
houden met de (kortetermijn)belangen van de mens. En als de PvdD dat daar dan tegenover
stelt verlaat mw. Van Kooten stampvoetend de fractie terwijl ze haar zetel in
plaats terug te geven aan de partij die haar de kans gegeven heeft
volksvertegenwoordiger te worden, meeneemt. Natuurlijk is dit zetelroof hoewel het
formeel niet zo mag worden genoemd. De Partij voor de Dieren komt deze nare
streek wel te boven. Of dat met Femke ook het geval zijn staat nog maar te
bezien.
Herman Gallé
Herman Gallé