Er rust kennelijk een taboe op – al is het nog zo subtiel – het wijzen op een periode uit de recente geschiedenis
van Europa waarin ook levende wezens met gevoel en intrinsieke waarde, massaal
bijeen werden gedreven, onder vreselijke omstandigheden op transport werden
gesteld en ‘gehuisvest’ om uiteindelijk in onvoorstelbare aantallen wreed te worden
omgebracht.
Hij of zij die de moed heeft die verwijzing toch te maken
kan rekenen op heilige(?) verontwaardiging die, als ik even psycholoog van de
koude grond mag spelen, meer te maken zal hebben met het verdringen van een
schuldgevoel dan met oprechte en eerlijke geschoktheid. “Varkens met mensen
vergelijken, dat kán toch niet”! Waarom het lijden van een varken in de donkere
barakken van de vee-industrie minder erg zou zijn dan van hem/haar die
crepeerde in de spelonken van een verdwaasde en verdwaalde ideologie heeft
niemand mij tot nu toe uit kunnen leggen. Het doel was anders, de middelen zijn
nagenoeg gelijk. Hier wordt geen uitroeiing nagestreefd als destijds. Hier gaat
het er om op een zo economisch voordelig mogelijke wijze wezens te houden en te
doden voor een product dat een mens niet nodig heeft. Voor het plezier van de
consumens gaan elk jaar 500.000.000 – vijfhonderd miljoen!! – levende,
voelende, lijdende en doodsbange dieren de slachthuizen binnen om er als
onherkenbare bloederige lappen weer uit komen. Het enige daglicht dat bijna al
deze stakkers zien is op hun laatste rit richting abattoir.
Het “Vrede op
aarde” na het aansnijden van de rollade, de kalkoen, konijn, reebout of wat
voor stoffelijke overschotten ook klinkt als een holle galm in een wereld
waarin zorg, mededogen, respect en liefde begrippen zijn die – ook selectief - gereserveerd
worden voor de eigen soort. De rest kan barsten.
En wat te denken van de slachtoffers van de doodseskaders
die met kekke petjes, drollenvangers en camouflagejacks de natuur intrekken
en/of vanaf hun laffe schuilplaatsen doodsbange dieren aan flarden schieten? Ik
zag ze weer lopen of bij elkaar staan kletsen na weer een ‘geslaagde’
expeditie. Ze praten over een ‘mooi tableau’. Ik zie alleen maar dode dieren
die graag nog even hadden willen doorleven en voor niets en niemand een gevaar
of bedreiging vormden. Ze roepen elkaar “Weidmans Heil” toe. Ook zo’n kreet die
bij mij associaties oproept die ik liever niet openbaar.
December feestmaand. Feest van de Dood in plaats van het
Leven.
Herman Gallé
Herman Gallé