zaterdag 30 december 2017

Feestmaand.



Voor de kerst zijn 2.600.000 dieren gedood. De meeste overleden na een kort en ellendig leven in de gruwelstallen van de vee-industrie.

Er rust kennelijk een taboe op – al is het nog zo subtiel – het  wijzen op een periode uit de recente geschiedenis van Europa waarin ook levende wezens met gevoel en intrinsieke waarde, massaal bijeen werden gedreven, onder vreselijke omstandigheden op transport werden gesteld en ‘gehuisvest’ om uiteindelijk in onvoorstelbare aantallen wreed te worden omgebracht. 
Hij of zij die de moed heeft die verwijzing toch te maken kan rekenen op heilige(?) verontwaardiging die, als ik even psycholoog van de koude grond mag spelen, meer te maken zal hebben met het verdringen van een schuldgevoel dan met oprechte en eerlijke geschoktheid. “Varkens met mensen vergelijken, dat kán toch niet”! Waarom het lijden van een varken in de donkere barakken van de vee-industrie minder erg zou zijn dan van hem/haar die crepeerde in de spelonken van een verdwaasde en verdwaalde ideologie heeft niemand mij tot nu toe uit kunnen leggen. Het doel was anders, de middelen zijn nagenoeg gelijk. Hier wordt geen uitroeiing nagestreefd als destijds. Hier gaat het er om op een zo economisch voordelig mogelijke wijze wezens te houden en te doden voor een product dat een mens niet nodig heeft. Voor het plezier van de consumens gaan elk jaar 500.000.000 – vijfhonderd miljoen!! – levende, voelende, lijdende en doodsbange dieren de slachthuizen binnen om er als onherkenbare bloederige lappen weer uit komen. Het enige daglicht dat bijna al deze stakkers zien is op hun laatste rit richting abattoir.
Het “Vrede op aarde” na het aansnijden van de rollade, de kalkoen, konijn, reebout of wat voor stoffelijke overschotten ook klinkt als een holle galm in een wereld waarin zorg, mededogen, respect en liefde begrippen zijn die – ook selectief - gereserveerd worden voor de eigen soort. De rest kan barsten.

En wat te denken van de slachtoffers van de doodseskaders die met kekke petjes, drollenvangers en camouflagejacks de natuur intrekken en/of vanaf hun laffe schuilplaatsen doodsbange dieren aan flarden schieten? Ik zag ze weer lopen of bij elkaar staan kletsen na weer een ‘geslaagde’ expeditie. Ze praten over een ‘mooi tableau’. Ik zie alleen maar dode dieren die graag nog even hadden willen doorleven en voor niets en niemand een gevaar of bedreiging vormden. Ze roepen elkaar “Weidmans Heil” toe. Ook zo’n kreet die bij mij associaties oproept die ik liever niet openbaar.

December feestmaand. Feest van de Dood in plaats van het Leven.

Herman Gallé


Geen opmerkingen:

Een reactie posten