maandag 22 juli 2019

Zetelroof



Er is een relletje binnen de Partij voor de dieren. Een gefrustreerde mevrouw, Femke Merel van Kooten, 2e Kamerlid voor de PvdD, hangt de vuile(?) was buiten en doet een boekje open over het 'schrikbewind' van Marianne Thieme, fractievoorzitter. Een groot deel van agrarisch Nederland likt zijn vingers af, want alles wat de PvdD schade kan berokkenen is immers welkom! De Partij voor de Dieren wordt binnen de sector door velen gezien als vijand van de boeren. Hoe kortzichtig die visie ook mag zijn en hoe zeer ze ook hun best doen met goed onderbouwde argumenten de samenleving te overtuigen dat dieren anders=beter moeten worden behandeld, de massa is nog niet om.

De PvdD vindt dat dieren moeten worden behandeld overeenkomstig hun natuurlijke behoeften. Een varken hoort te kunnen scharrelen, evenals een kip. Koeien horen de mogelijkheid te hebben hun kalf te zogen en te verzorgen tot het natuurlijk moment van scheiding. Ze horen ook niet te worden geslacht op een leeftijd die nauwelijks een kwart is van de hoe oud ze kunnen worden. Jonge dieren als stierkalfjes - restproduct noemt de sector ze - en lammetjes horen niet te worden gedood ter consumptie. Pas geboren haantjes - eveneens waardeloos 'restproduct'-  horen niet levend in een versnipperaar te worden vermorzeld. Dit is slechts een ruwe selectie uit wat we allemaal met dieren (menen te mogen) doen.

Natuurlijk is de PvdD ook begaan met het lot van mensen. Immers ook wij zijn dieren. Maar de corebusiness van de partij is en hoort te zijn: niet-menselijke Dieren. En dan is daar mevrouw Van Kooten die vindt dat de partij zich te weinig bekommert om pure mensenaangelegenheden, alsof alle  andere partijen zich al niet bezig houden met de (kortetermijn)belangen van de mens. En als de PvdD dat daar dan tegenover stelt verlaat mw. Van Kooten stampvoetend de fractie terwijl ze haar zetel in plaats terug te geven aan de partij die haar de kans gegeven heeft volksvertegenwoordiger te worden, meeneemt. Natuurlijk is dit zetelroof hoewel het formeel niet zo mag worden genoemd. De Partij voor de Dieren komt deze nare streek wel te boven. Of dat met Femke ook het geval zijn staat nog maar te bezien.

Herman Gallé


donderdag 11 juli 2019

Vissen huilen niet.



In 2010 stuurde ik, toen nog als provinciaal bestuurslid van de Partij voor de Dieren, een brief naar de basisscholen in Fryslân. Hierin vroeg ik hen niet in te gaan op het aanbod van de Hengelsportfederatie Friesland om vislessen op scholen te geven.

Een gering aantal scholen was bereid te reageren. De meesten lieten niks van zich horen. De reacties varieerden van: “Waar bemoei je je mee?” tot “Wij vinden vislessen een goede zaak en we gaan er mee door”.

Een paar weken geleden zag ik een berichtje in Huis aan Huis Stellingwerf. Groep 8 van CBS Het Kompas had visles gekregen van Sportvisserij Nederland. Volgens juf Marit van der Veen was het een groot succes. Of in die les ook aandacht is besteed aan wat ‘sport’vissen voor de vis betekent weet ik niet, maar ik heb mijn twijfels.

Vissen zijn hoogontwikkelde gewervelde dieren. Ze kunnen lijden. Een vis ervaart pijn, angst en stress. Daar hoeft geen discussie meer over te bestaan. Ook de wereldberoemde Nederlandse wetenschapper Frans de Waal komt in zijn nieuwste boek ‘Mama’s Laatste Omhelzing’ tot de conclusie: [..]….op grond van deze en andere onderzoeken is het nu de algemeen heersende visie dat vissen inderdaad pijn voelen[..].

Het mag dan ook duidelijk zijn dat de haak door de bek van de vis erg pijnlijk voor het dier is, evenals het onthaken en wat daar op volgt.

En dat willen we kinderen leren? Dieren pijn doen? Voor de lol?

Lijden en dood horen bij het leven. Dat zal ook gelden voor vissen. Maar is het niet onze morele plicht geen onnodig leed te veroorzaken bij mens en dier? Zouden we onze kinderen niet moeten bijbrengen dat dieren geen speelgoed zijn, maar wezens met gevoel en emoties die grotendeels met die van ons overeenkomen? Vissen hebben geen stembanden, geen gelaatsuitdrukking waarmee ze hun angst, pijn en stress aan ons kenbaar kunnen maken.

Waarom doen we dit dieren toch aan? En waarom geven we kinderen het idee dat dieren er voor de mens zijn?

Vissen is niet stoer en heeft niets van doen met kinderen vertrouwd maken met de natuur. Integendeel, ze vervreemden er juist van. Ze krijgen een verkeerd beeld omdat we hen leren dat natuur een speelplaats is en dat we het recht hebben die te betreden en te benutten wanneer en hoe het ons uitkomt.

De titel van dit stukje heb ik ontleend aan een hoofdstuk uit het boek van Frans de Waal om aan te geven hoe machteloos het dier is tegen de mens die het door hem veroorzaakte leed ontkent of bagatelliseert.



Herman Gallé