maandag 2 november 2015

Vlees onder vuur


Onder deze wat cryptische titel staat een redactioneel commentaar van Aan Dirk van de Meulen in de Leeuwarder Courant van 28 oktober. Van der Meulen gaat in op de berichtgeving over het WHO-rapport waarin een relatie wordt gelegd tussen het eten van (rood en bewerkt) vlees en kanker.   

De brancheorganisaties reageren zoals verwacht kon worden: ‘Het valt allemaal wel mee, want de hoeveelheden die de WHO noemt worden hier niet geconsumeerd’. Het is bijna een ‘aha-erlebnis’ wanneer je de reacties leest en hoort op dit rapport. Immers in de tachtiger jaren toen het roken ‘onder vuur’ kwam te liggen werd er ook driftig ontkend, gerelativeerd, bestreden en geridiculiseerd. Veelzeggend in hun onbeholpenheid zijn veel commentaren. Zoals in een artikel in dezelfde LC op de pagina er naast. “Je moet toch ergens dood aan gaan. Motorrijden is ook gevaarlijk, vliegen ook”!! Wegkijken dus! Het zou ieder mens moeten aanspreken om een ziekte als kanker die zoveel pijn, verdriet en rouw brengt zo ver mogelijk van ons weg te houden. Ook kunnen deze reacties veroorzaakt worden door angst en/of de wetenschap dat de waarschuwing reëel is en dat dat zou kunnen betekenen dat we onze levensstijl wel eens drastisch zouden moeten wijzigen.

Toen ik, zo’n acht jaar geleden, besloot definitief te stoppen met eten van vlees had ik daarbij niet in de eerste plaats mijn eigen gezondheid op het oog. Het gruwelijke leed en onrecht dat we dieren aandoen voor een product waar we goed zonder kunnen, maakte dat ik het punt had bereikt waarop ik mezelf niet meer in de ogen kon kijken zonder diepe schaamte. Schaamte voor het lijden en sterven van zestig miljard(!) landdieren en duizend miljard(!) zeedieren per jaar, wereldwijd, voor menselijke consumptie. Hoe lekker ik vlees ook vond en nog steeds zou vinden, ik zal het nooit meer eten. Ik hoop dat het mijn eigen gezondheid ook ten goede zal komen. Maar dat acht ik ondergeschikt aan het leed en onrecht dat ik mede wil bestrijden.

Van der Meulen wijst er nog op dat we de voordelen van vlees moeten blijven benadrukken: ijzer, proteïnen en vitamines. Ach, er zijn in dit land zevenhonderdvijftigduizend tot één miljoen vegetariërs en veganisten. Die krijgen hun ijzer, proteïnen en vitamines moeiteloos binnen zonder dat daar dieren het loodje voor hoeven te leggen. En ze zijn waarschijnlijk ook nog gezonder dan veel vleeseters. Ook de relatie tussen genieten, gezondheid en kwaliteit van leven is niet afhankelijk het stukje vlees dat velen nog zo hartstochtelijk op ons bordje willen zien prijken. 

Verontrustend


We kampen momenteel met het ‘verontruste burgersyndroom’. Colonnes testosteronbommen, verkrachters, rovers, djihadisten en gelukzoekers die onder de verzamelnaam vluchtelingen ons land binnenkomen zorgen voor verontrusting onder een groot deel van de burgers. Zo verontrust dat andere burgers die een meer genuanceerd standpunt hebben, wat minder verontrust zijn, en dat proberen uit te dragen worden geconfronteerd met een op de muziek van ‘Tararaboemdiejee’ gearrangeerde tekst: ‘Daar moet een piemel in’. Kennelijk maakt verontrusting onvermoede creatieve talenten los bij verontrusten. En kampioen verontruste Geert Wilders hoort het aan en ziet dat het goed is.

Sommige verontrusten vragen zich af of ze hun dochters ‘s avonds nog wel over straat kunnen laten gaan. Ja, verontrustend als je je eigen dochters niet meer vertrouwt.

Ook het WHO-rapport dat waarschuwt tegen een al te enthousiaste inname van rood en bewerkt vlees zorgt voor verontruste consumenten. Minister Schippers zei echter niet zo verontrust te zijn en adviseerde de verontrusten om gewoon door te gaan hun vleesconsumptie. Want een vermindering van de vleesproductie zou pas écht verontrustend zijn. Voor de economie wel te verstaan.  Daar was men destijds ook zo verontrust over dat besloten werd niet-verontruste burgers gewoon onwetend te laten van de aanwezigheid in hun buurt van bedrijf waar de Q-koorts heerste. Daar werd Marianne Thieme van PvdD dan weer -  terecht - verontrust over en beschuldigde regering van ‘dood door schuld’.

Wat mij verontrust is de afnemende tolerantie, verrechtsing, haat- paniekzaaierij, de korte lontjes en lange tenen, de onbeschaamde grofheid die men zich op de sociale media meent te kunnen en mogen veroorloven. Vaak beroepen deze schreeuwers zich er op dat zo verontrust zijn en die verontrusting alleen maar op deze wijze duidelijk kunnen maken. Bangelijke politici en t.v.-presentaoren haasten zich dan begrip te vragen voor de onbeholpenheid, de onmacht zich genuanceerd te kunnen uitdrukken, de domheid, het gebrek aan empathie van de verontruste burgers. Echter de wijze waarop veel van deze lieden menen hun platvloerse 'meningen' de samenleving in te kunnen boeren heeft met verontrusting niks te maken en is niet meer dan schaamteloosheid en een volslagen gebrek aan beschaving en fatsoen. Dat is pas verontrustend.