woensdag 24 oktober 2018

Jeugdherinneringen

De straat waar ik ben geboren en de eerste tien jaar van mijn leven heb doorgebracht lag in een arbeiderswijk. Tegenwoordig heeft men het over een volkswijk. Maar niet elke volksgenoot is arbeider en dat was daar wel het geval. Het was een vreedzaam buurtje waar een zekere saamhorigheid heerste die incidenteel ook wel eens uitmondde in een wat al te nadrukkelijke sociale controle. Dat had dan soms ruzie tot gevolg. Meestal werd die verbaal uitgevochten maar een enkele keer kwam het wel eens tot handgemeen, wat wij als kinderen natuurlijk best wel spannend vonden. Echter normaal gesproken overheerste de lieve vrede en gezelligheid. Een aantal buurtgenoten waren voorzien van bijnamen, in die tijd niet ongebruikelijk. Ouwe Seg, Snorrewietske, Zwarte Nel, Sterke Bertus...…….. Vooral die twee laatsten herinner ik mij nog goed. Zwarte Nel was een grote, forse vrouw met pikzwart haar en een luide stem. Als er kinderen bij waren werd er in besmuikte termen over Nel gesproken. Een keer had een buurvrouw niet door dat ik  me binnen haar gehoorafstand bevond en hoorde ik haar reppen van 'dat wief speult de hoer en laat hur kienders ferkomme'. Toen ik mijn moeder vroeg wat 'de hoer speule'  betekende keek ze de andere kant uit en moedigde mij aan mijn boterham op te eten...……. Ze had geloof ik twee kinderen en ik zag vaak dat ze de jongste, een baby nog, al fietsende in een kinderwagen achter zich aan sleepte, hotsend en botsend.Haar man heette Anne. Een onooglijk, schriel manneke die regelmatig pak rammel van haar kreeg en dan vaak achter huis wat zielig heen en weer liep tot het Nel beliefde hem weer binnen te laten. Had Nel haar bijnaam te danken aan haar haardos, Sterke Bertus heette zo omdat ie inderdaad beresterk was. Een grote, gespierde man met een zware basstem. In het dagelijks leven de goedheid zelve, maar wanneer ie een borrel op had - meer dan één - moest je met hem uitkijken. Hij verdiende zijn dagelijks brood als uitsmijter in een café in de binnenstad van Leeuwarden. Naar verluidt viel er ook daar niet met hem te spotten. Menige lastige drinkebroer eindigde ruggelings op stenen van het Ruiterskwartier. Bertus had een herdershond die geloof ik Hertha heette. Hij was ontzettend wijs met dat dier en kwam eens erg kwaad bij ons aan de deur omdat mijn broer Jan een schoppende beweging naar Hertha zou hebben gemaakt. Dat was ook zo, want Jan was zich rot geschrokken van de uitval die ze naar hem had gedaan toen hij op zijn PTT-motor langs haar reed. Een schopreflex is dan gauw gemaakt. Maar Bertus koos de kant van Hertha en gaf mijn moeder het dringende advies haar 'seun' op de hoogte  te stellenen van de gramschap die bij Buurman Bertus was opgewekt en dat 'als ie het nog een keer weer flikte...………..' Mijn moeder was echter ook niet op haar mondje gevallen en na haar stevige verbale verweer droop Bertus mopperend af. Ik noemde iedere man en vrouw in de straat 'buurman' en 'buurvrouw'. Als Sterke Bertus langs fietste groette ik hem met : "Ha buurman". Hij keek  me dan aan en zei lachend: "Dag seun"! 't Was gewoon een goeie kerel.

woensdag 29 augustus 2018

Over mensen en andere dieren: Proefdieren

Over mensen en andere dieren: Proefdieren: Dieren worden geofferd om mensenlevens te redden. De vanzelfsprekendheid waarmee de samenleving dit accepteert verbijstert mij nog steed...

Proefdieren


Dieren worden geofferd om mensenlevens te redden. De vanzelfsprekendheid waarmee de samenleving dit accepteert verbijstert mij nog steeds. Dat in de proefdierlaboratoria duizenden dieren aan uiterst pijnlijke en meestal dodelijke experimenten worden blootgesteld wordt afgedaan met de stelling dat een mensenleven nou eenmaal belangrijker is dan dat van een (ander) dier. Schrijver, filosoof, Nobelprijswinnaar Bertrand Russell zei ooit: “Er is geen enkele objectieve reden belangen van dieren minder zwaar te laten wegen dan belangen van mensen”. In alle bescheidenheid meen ik dat met hem eens te mogen zijn.

Deste verbijsterender was voor mij het bericht in de media waar gewag gemaakt wordt van experimenten op dieren met zenuwgassen teneinde mensen te beschermen tegen chemische aanvallen. Defensie laat weten dit nodig te vinden met het oog op de dreiging van inzet van biologische en chemische strijdmiddelen op mensen zoals recent op Russische dubbelspionnen in Engeland en op een familielid van Kim Yong-Un.

Kwalen die grotendeels gevolg zijn van onze doorgeslagen leefstijl en eetgewoonten worden  bestreden door weerloze dieren te laten lijden en sterven. Komt nog bij dat de verdorvenheid van de mensheid jegens elkaar kennelijk ook niet anders te lijf kan worden gegaan dan wederom dieren op de meest gruwelijke wijze te laten boeten voor de decadentie die zich van de mensheid heeft meester gemaakt.

zondag 22 juli 2018

De (grote, boze?) wolf.


De wolf heeft bij veel mensen een slecht imago. Onder meer in de Donald Duck, het sprookje  Roodkapje en ‘De Dodenrit’ van Drs. P komt Midas er bepaald niet als een knuffeldier vanaf. Hij wordt beschouwd als een wrede, nare, op bloed beluste rover die er niet een probleem van maakt zo nu en dan een mens op zijn menu te plaatsen.

Blijkens een artikel in de Leeuwarder Courant van 14 juli 2018 heeft VVD-Statenlid Nynke Koopmans het ook niet op de wolf staan, zeker nu het er op lijkt dat ook Fryslân een of meer exemplaren rijk is. Ze vraagt zich niet af óf maar wannéér een huisdier of een kind aan de wolf ten prooi valt. Ook het lot van een nieuwe lichting veulens van Friese paarden, waarvoor de eigenaren een fikse dekpremie hebben betaald(!!), baart haar veel zorgen.

Nynke Koopmans wil sowieso de wolf weg hebben uit Fryslân. “Fange en yn Polen útsette” (Vangen en in Polen uitzetten)! Er moet in Den Haag en Brussel gepleit worden voor versoepeling van de regels voor afschot en vangen, aldus de VVD Fryslân.

Een verbijsterend staaltje van stemmingmakerij en demonisering van een prachtig dier dat eindelijk de weg naar ons land heeft teruggevonden en zijn plaats in de fauna alhier zal innemen. Iedereen die het goed met de natuur en wat daar in leeft voor heeft is blij met de komst van de wolf en ziet dat als een verrijking en een hoopvol teken.

Ja, er zal zo nu en dan een schaap of een ander gedomesticeerd dier worden gedood door een wolf. Ik bagatelliseer hier geenszins het lijden en de dood van het prooidier. Vreselijk. Maar veel kan voorkomen worden door een betere beveiliging van de dieren. En verder zal geleefd moeten worden met de zekerheid dat het wel een mis kan gaan, hoe naar ook voor het prooidier. We schieten ook niet alle honden af omdat wel eens iemand door een hond wordt aangevallen en gedood of verwond wordt. En vormt het vetmesten en schromelijk verwennen van veel kinderen niet een veel groter risico? Ik weet zeker dat de mens voor de (wilde) dieren een veel grotere risicofactor vormt dan andersom. Voor de mens bestaat geen gevaar. Iedere deskundige wijst de risico’s voor de mens naar het rijk der fabelen. Wat niet wil zeggen dat men de wolf zonder risico kan benaderen. Laat het dier met rust en het zal ons met rust laten.

Kortom een stupide voorstel dat in schril contrast staat met de onverschilligheid t.o.v. het leed dat dieren in de bio-industrie dagelijks aan den lijve ondervinden.

Wat mij en vele anderen betreft is de wolf in Nederland en Fryslân van harte welkom. Wolf en mens, we zullen met elkaar moeten leven en elkaar verdragen.



Intussen is het voorstel van de VVD in de Provinciale Staten om de wolf aan te pakken met een zeer ruime meerderheid verworpen. Alleen de VVD en een mevrouw die zich van de PVV had afgescheiden zagen er iets in.



Herman Gallé.

zondag 15 juli 2018

Ontaarding van de humaniteit


In de jaren zestig hoorde ik voor het eerst de term 'ontaarding van de humaniteit'. Het was de toen gevierde Vlaamse schrijver Gerard Walschap die hier gewag van maakte. Hij doelde op het verdriet dat mensen kunnen hebben van het overlijden van hun huisdier. Dat hoorde niet, vond hij. Verdriet heb je om een mens dat je ontvalt en ‘je jankt niet om een dier’. Dat is ontaarding van de humaniteit, aldus Walschap. Ik heb nooit meer iets van die man willen lezen.
Ik zag onlangs weer de beelden uit Nice waar een vrachtwagen op een feestvierende mensenmassa was ingereden. Minstens zestig doden - kwam die term weer bij me boven. Dood en verderf zaaien onder mensen die je niets hebben misdaan, die je niet kent. Mannen, vrouwen, kinderen. Doden om te doden met als voedingsbodem een wereldbeschouwing, levensvisie, ideologie, religie.................. New York, Londen, Madrid, Istanboel, Parijs, Brussel, Bagdad, Nice.....................
Niet het rouwen om een hond, kat of wat voor geliefd dier is ontaarding van de humaniteit. Niet de mensen die zich inzetten voor het beëindigen van stierengevechten, het sluiten van dolfinaria, de bio-industrie, de jacht, de dierproeven. Niet zij die zich inspannen om vluchtelingen op een goede manier op te vangen en bereid zijn wat in te schikken. Het is eerder de bevestiging van hun humaniteit. Een bevestiging van het hebben van eerbied voor het leven, mededogen met het zwakke, weerloze leven om ons heen. De ontaarding van de humaniteit grijpt om zich heen in vele vormen. We beginnen het al gewoon te vinden. We raken gewend aan beelden van dode en gewonde mensen op vliegvelden, winkelcentra, theaters, boulevards, totaal verwoeste steden, beelden van tienduizenden mensen die huis en haard zijn ontvlucht en veelal keihard worden teruggewezen door soortgenoten die hun vrijheid en welvaart als hun eigendom beschouwen. Een eigendom dat verdedigd moet worden tegen 'vreemde' invloeden. Ze worden beschimpt als 'gelukzoekers', terwijl ieder normaal mens zijn/haar geluk zoekt. De ontaarding van de humaniteit is onder ons. Gelukkig zijn er nog velen die beseffen dat humaniteit vereist dat we ons bekommeren om het zwakke, weerloze, kwetsbare om ons heen. Mens én dier. Dat we ons dienen te realiseren dat de wereld en de natuur onze manier van leven niet meer aankan.
Mensen als Walschap - toegegeven, de tijden waren toen minder hilarisch en dramatisch dan nu - hadden geen idee waar de ware humaniteit zich in openbaart dan wel verraden wordt. Ik rouw ook nu om de vele onschuldige mensen, platgewalst door een of meer humanitair ontaarde mislukkelingen.
Hebt u het daarboven een beetje gevolgd, meneer Walschap?

vrijdag 8 juni 2018

Wolvenfobie


Pieter van Vollenhove slaakte eens de verzuchting: “Wij mensen zijn zo doodmakerig”. Jammer genoeg behoort hij zelf ook tot het doodmakerige soort want hij wordt regelmatig gesignaleerd in gezelschap van andere doodmakers, oftewel jagers.

Maar, zoals Godfried Bomans ooit stelde: “Een opinie verliest niet aan waarde omdat men er zelf tegen zondigt”.

Doodmakerig zijn we zeker. Niet alleen onze eigen soort, andere aardbewoners zijn ook absoluut niet veilig voor onze hang naar doden van alles wat ons tot voedsel kan dienen, onze belangen ‘schaadt’ dan wel een bedreiging voor ons lijkt te vormen.

Neem de wolf. Dit dier lijkt het vaste voornemen te hebben na zo’n 150 jaar weer binnen onze landsgrenzen een bestaan te zoeken. De reacties daarop zijn verschillend. Zij die de natuur kennen en een goed hart toedragen juichen de komst van dit prachtige dier van harte toe.

Anderen zien meer nadelen. Wolven vergrijpen zich wel eens aan een schaap en zelfs is onlangs in Duitsland een vaars als prooi verorberd.

Verscheurd worden door een wolf is natuurlijk een gruwelijk einde voor het prooidier, maar het past in de orde van de ‘schepping’. De natuur is geen paradijs en lijden en sterven is er  dagelijkse praktijk.

In de krant schreef iemand dat de schade die dieren veroorzaken door de belastingbetaler moet worden opgehoest. Hij vraagt zich af of dat geld niet beter kan worden besteed aan voor de mens nuttige zaken als voedselbanken, ouderenhulp e.d. Hij signaleert een tendens dat het dier boven de mens wordt geplaatst. Dat vind ik een vreemde opvatting. Immers de mens is ook een dier(soort), maar heeft zichzelf met een merkwaardige zelfoverschatting boven de andere soorten uitgetild (antropocentrisme/speciësisme). Gevolg: alle andere levende wezens worden slechts getolereerd wanneer en voor zover ze de menselijke belangen dienen dan wel niet nadelig beïnvloeden.

Schrijver en Nobelprijswinnaar Bertrand Russell: “Er is geen enkele objectieve reden menselijke belangen zwaarder te laten wegen dan belangen van (andere) dieren”.

De wolf komt en is wat mij betreft welkom. Hij zal zich niet laten uitroeien tenzij we een soort zoöcide (=genocide maar dan op dieren) tegen hem ontketenen, zoals we met eigen soortgenoten ook wel hebben gedaan. We hebben de wolf te accepteren en onszelf en onze eigendommen adequaat te beschermen tegen sommige gewoontes van het dier. Maar net zo min als we een inbreker mogen doodschieten zullen we ook het leven van de wolf hebben te respecteren en een beetje dienen op te schuiven om hem de ruimte te geven waar hij recht op heeft. De wereld is niet (alleen) van ons.



Herman Gallé

donderdag 8 maart 2018

Weekje geen vlees. Waarom?


“Wanneer je als volwassene één week geen vlees eet, bespaar je: 7 maanden douchewater, 114 kilometer auto rijden, 1 blije kip en 7 maanden werk voor een boom.” Dit wordt ons toegeroepen op de website van De Nationale Week Zonder Vlees.

Je zou zeggen wie wil daar nou niet aan meewerken? Immers duurzaamheid is de mantra van deze tijd. Onderdeel van duurzaamheid is natuurlijk het minder consumeren van dierlijke producten, dus vlees, zuivel, wol, leer etc. We (kunnen) weten dat de veeteelt wereldwijd een enorme bijdrage levert aan de uitstoot van CO2, lachgas en methaan  en daarmee aan de bezig zijnde klimaatverandering. Die bijdrage is zelfs groter dan de hele verkeers- en vervoerssector bij elkaar. Hoog tijd om ons consumptiepatroon eens kritisch te bekijken.

Toen ik tien jaar geleden besloot nooit meer vlees te eten had ik daarbij niet in de eerste plaats het begrip duurzaamheid op het oog. Ook zorg over eigen gezondheid lag niet ten grondslag aan die beslissing. Voor mij was mededogen het alles overheersende argument om geen dode dieren meer te eten.

Ik kan me nu haast niet meer voorstellen dat ik meer dan zestig jaar heb meegewerkt aan een systeem waarbij we niet-menselijke dieren het recht op leven ontzeggen om een product voort te brengen waar we heel goed zonder kunnen. De dieren waar het in dit kader om gaat zijn hoog ontwikkelde levende wezens met een even sterke levenswil als wij. Wezens die pijn voelen, angst en stress kennen, (on)gelukkig kunnen zijn en tevreden, liefde voelen, zich willen voortplanten, kortom volwaardige wezens die absoluut niet inferieur zijn aan de diersoort mens. Toch worden ze schuimbekkend en krijsend van doodsangst genadeloos de slachthuizen ingedreven.

De Amerikaanse dierenonderzoeker Irene Pepperberg zei het zo: “Dieren weten meer dan we denken en denken meer dan we weten”.

Ik weet hoe lekker vlees kan zijn. Ik zou het nog steeds lekker vinden. Toch zal ik het nooit meer eten. Ik heb ervaren dat je zonder vlees en zuivel elke dag goed, gezond en lekker kunt eten.

Als mededogen je niet zo aanspreekt zou je het milieu/duurzaamheidsaspect kunnen betrekken in je overweging om geen of minder vlees te eten. Voedingsdeskundigen wijzen er op dat een plantaardige voedingswijze niet minder gezond is dan een dieet mét dierlijke eiwitten, ja wellicht zelfs gezonder. En wie bij de warme hap toch iets ‘vlezigs’ niet kan of wil missen kan terecht bij de talloze, kwalitatief steeds beter wordende, vleesvervangers die in elke supermarkt te verkrijgen zijn.

Probeer het gewoon. Je krijgt er geen spijt van.



Herman Gallé

zondag 18 februari 2018

Boerenliefde…………






Boeren leven voor hun dieren, schrijft een boerin in mijn krant.
Leven vóór je dieren. Maar hoe zit het met het leven ván je dieren?
Een boer houdt geen vee omdat hij zo van dieren houdt. Hij is boer/ondernemer en wil een goede boterham verdienen. Zijn vee is zijn kapitaal waarmee hij zichzelf en zijn gezin wil onderhouden. Als ondernemer is hij natuurlijk zuinig op zijn bedrijfskapitaal. Het gaat daarbij om levende wezens. Ik wil graag geloven dat de meeste melkveehouders ook gevoelsmatig een band met hun dieren hebben. Zij zullen dan ook goed voor hun dieren willen zorgen uit oogpunt van respect en mededogen. Maar al geef je nog zo om je dieren, er komt een moment dat het zakelijke het persoonlijke in de weg staat. Zaken gaan voor het dier(enwelzijn).
Zoals elk vrouwelijk zoogdier, waaronder de mens, produceert een koe melk. Daaraan voorafgaand moet er bevrucht worden teneinde een zwangerschap te bewerkstelligen. Gebeurde dat vroeger op de natuurlijke manier, d.w.z. door de stier de koe te laten dekken, thans hebben we K(unstmatige) I(nseminatie). Zonder in details te treden, het zaad van de stier wordt op kunstmatige manier verkregen, verzameld en eveneens kunstmatig bij de koe ingebracht.
Wanneer het onze eigen soort betreft hebben we het begrip ‘lichamelijke integriteit’ hoog in het vaandel. Dit soort handelingen uitvoeren bij mensen zonder nadrukkelijk verzoek of instemming van de betrokkenen is wettelijk en moreel ontoelaatbaar. Bij andere dieren doen we het probleem- en discussieloos.
Wordt de koe zwanger – drachtig noemen we dat – en bevalt ze – kalven noemen we dat – treedt de volgende fase in werking.
Elk moederdier heeft de instinctieve behoefte haar kind te zogen, te verzorgen en te beschermen tot het moment van natuurlijke scheiding is aangebroken. Bij de mens is dat niet anders en wordt dat gerespecteerd.
De koe ‘produceert’ melk en die melk is bedoeld voor haar kind/kalf. Ook zij wil haar kind zogen, verzorgen en beschermen zoals een goede moeder betaamt.
Maar daar hebben wij als 'opperdier' geen boodschap aan. Het kalf wordt vrijwel direct bij moeder weggehaald – stress en verdriet bij moeder en kind! – en de melk die voor haar kind was bestemd wordt weggenomen en voor menselijke belangen aangewend. Het kalfje wordt in eenzaamheid gehouden. Haar/zijn lot is onzeker.
Moeder koe ondergaat dit proces nog een paar keer en mag na 5 à 6 jaar als dank instappen in de veewagen richting slachthuis. Zij kan onder natuurlijke omstandigheden 20 à 25 jaar worden!
Ik begrijp niet helemaal hoe iemand vóór zijn/haar dieren kan leven terwijl het leven ván die dieren eigenlijk een aaneenschakeling is van leed en onrecht.



Herman Gallé

maandag 12 februari 2018

Royalty en volk.

Hoewel ik angstvallig de Olympische hysterie op radio en tv probeer te vermijden zijn er toch van die onbewaakte ogenblikken dat je er mee geconfronteerd wordt. Zo zag ik vanavond in het journaal dat Ireen Wust een afstand van anderhalve kilometer een paar honderdsten van seconden sneller per schaats had afgelegd dan de andere meiden. Goud! Fijn voor Ireen. Alle respect, hoor je dan plichtmatig te melden. In de euforie besprong ze haar trainer en even later omhelsde ze Willem Alexander, ons staatshoofd. Het kan ook andersom zijn geweest, hoor. Ontroering alom! Want ja, het is wel de Koning die zich daar laat liefkozen door een gewoon volksmeisje. Het kan ook andersom geweest zijn, hoor. Toch bekroop mij even een onbestemd en onbehaaglijk gevoel: Tillen we nou zo'n sportprestatie eigenlijk niet te veel uit boven wat het is, nl. een sportprestatie?
Ik moest ook terugdenken aan de vuurwerkramp in Enschede, jaren geleden. Daar zag ik Beatrix troostend armen heen slaan om slachtoffers van een verschrikkelijke tragedie waarbij ettelijke doden en gewonden waren te betreuren, naast een gigantische materiële schade. Ik heb totaal niets met onze (vorm van) monarchie. De bijna goddelijke status waarvan de vertegenwoordigers van dat gekke systeem door velen zijn voorzien vind ik grotesk en bizar. Staat los van de waardering die ik desondanks kan hebben voor de wijze waarop deze onmogelijke functie wordt vervuld. Het optreden van Beatrix in Enschede raakte me omdat ze invulling gaf aan wat een groot deel van 'het volk' van een koning(in) verwacht, nl. er zijn in voor- en tegenspoed bij gelegenheden die er toe doen. Velen zullen het met mij oneens zijn en vinden dat de uiting van het vreugdebetoon tusssen staatshoofd en onderdaan een hartverwarmende gebeurtenis was bij een gelegenheid die er toe doet. Ik vind die kwalificaties eerder van toepassing op wat de moeder van W.A. destijds ten toon spreidde.
Sport is mooi, maar het is (maar) sport.

woensdag 31 januari 2018

Kallemooi


Op 25 januari jl. moest een Limburgse actievoerder zich verantwoorden bij de kantonrechter in Leeuwarden voor een actie die hij met een compaan had verricht op Schiermonnikoog op 14 mei 2017. Zij hadden zich uit protest tegen het gebruik van een levende haan tijdens het Kallemooifeest vastgeketend aan de mast waarin het dier zou worden opgehesen.
Een hoop heisa. Agressieve eilanders en een bescheiden politie’macht’ die de kant koos van de eilanders en de heren aanhield, een van hen verbaliseerde en beiden van het eiland verwijderde!

Vonnis € 150,-- voorwaardelijke boete en een proeftijd van een jaar. De kantonrechter liet zich niet uit over de morele achtergronden die de actievoerders tot hun daad van verzet had gebracht. En van de eilanders valt op dat gebied ook weinig te verwachten. Het is immers een traditie?! En de traditie eist dat de haan drie aaneengesloten dagen in een mand op plm. 20 meter hoogte op water en brood wordt opgesloten, weer of geen weer! Er komt steeds meer verzet tegen deze achterhaalde vorm van traditievieren en door velen wordt de organisatoren voorgehouden dat als men dan zo nodig deze traditie 'levend' wil houden de levende haan zou moeten vervangen door een opgezet of kunstmatig exemplaar.

Tradities zijn niet heilig en onaantastbaar. Tradities en gebruiken moeten regelmatig herijkt worden om te bepalen of ze aangepast dan wel afgeschaft moeten worden. Tijden veranderen en daarmee ook opvattingen over wat (nog) wel moreel/ethisch verantwoord is en wat niet.
Andere levende wezens 'gebruiken' om een traditie luister bij te zetten kan alleen als volledige zekerheid bestaat dat het niet tegen de wil van de ander indruist en die ander geen schade en/of leed toebrengt. Daarom is Kallemooi in de huidige vorm niet meer acceptabel. Terecht dat daar tegen opgekomen wordt. En zeker wanneer dat op vreedzame wijze gebeurt. Vervang de levende haan door een kunstmatige en vier je traditie tot in lengte van dagen. Hulde voor de actievoerders! Jammer dat in het 'recht' kennelijk - in dit geval - geen ruimte aanwezig werd geacht om de zwakke te beschermen tegen het recht van de sterkste. Ik heb ooit geleerd: Lex Dura Sed Lex (De wet is hard maar het is de wet). Jammer dat de wet soms zo hard kan zijn dat ook het goede bestraft wordt.



Herman Gallé