maandag 12 februari 2018

Royalty en volk.

Hoewel ik angstvallig de Olympische hysterie op radio en tv probeer te vermijden zijn er toch van die onbewaakte ogenblikken dat je er mee geconfronteerd wordt. Zo zag ik vanavond in het journaal dat Ireen Wust een afstand van anderhalve kilometer een paar honderdsten van seconden sneller per schaats had afgelegd dan de andere meiden. Goud! Fijn voor Ireen. Alle respect, hoor je dan plichtmatig te melden. In de euforie besprong ze haar trainer en even later omhelsde ze Willem Alexander, ons staatshoofd. Het kan ook andersom zijn geweest, hoor. Ontroering alom! Want ja, het is wel de Koning die zich daar laat liefkozen door een gewoon volksmeisje. Het kan ook andersom geweest zijn, hoor. Toch bekroop mij even een onbestemd en onbehaaglijk gevoel: Tillen we nou zo'n sportprestatie eigenlijk niet te veel uit boven wat het is, nl. een sportprestatie?
Ik moest ook terugdenken aan de vuurwerkramp in Enschede, jaren geleden. Daar zag ik Beatrix troostend armen heen slaan om slachtoffers van een verschrikkelijke tragedie waarbij ettelijke doden en gewonden waren te betreuren, naast een gigantische materiële schade. Ik heb totaal niets met onze (vorm van) monarchie. De bijna goddelijke status waarvan de vertegenwoordigers van dat gekke systeem door velen zijn voorzien vind ik grotesk en bizar. Staat los van de waardering die ik desondanks kan hebben voor de wijze waarop deze onmogelijke functie wordt vervuld. Het optreden van Beatrix in Enschede raakte me omdat ze invulling gaf aan wat een groot deel van 'het volk' van een koning(in) verwacht, nl. er zijn in voor- en tegenspoed bij gelegenheden die er toe doen. Velen zullen het met mij oneens zijn en vinden dat de uiting van het vreugdebetoon tusssen staatshoofd en onderdaan een hartverwarmende gebeurtenis was bij een gelegenheid die er toe doet. Ik vind die kwalificaties eerder van toepassing op wat de moeder van W.A. destijds ten toon spreidde.
Sport is mooi, maar het is (maar) sport.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten