Het systematisch en massaal doden van groepen mensen en
dieren die als bedreigend of ongewenst worden beschouwd brengt niet het
gewenste en verwachte ‘succes’. Talloze (recente) voorbeelden bevestigen dit
beeld. Sterker nog: het vernietigen van grote aantallen wezens op grond van (vermeende)
schadelijkheid of ongewenstheid heeft als resultaat dat uiteindelijk de
aantallen zullen toenemen. Een natuurwet.
Ik moest hieraan denken toen ik de plannen las van de
Provincie Fryslân om de komende jaren grote aantallen ganzen te laten
afschieten. Dat vindt men noodzakelijk want ganzen veroorzaken
kennelijk veel schade aan gewassen die de mens nodig heeft. Een van die
gewassen is gras. Gras wordt gegeten door koeien die er weer melk van maken.
Die melk is bedoeld voor de jongen van die koe, maar daar heeft de mens geen
boodschap aan. Die steelt onbekommerd de melk om daar overbodige
voedingsmiddelen voor zichzelf van te
maken.
Heel toevallig wordt dit (Engels raai)gras ook lekker
gevonden door ganzen en zie daar de geboorte van een probleem. De ganzen eten
het gras, vertrappen het land en schijten het dood.
Het probleem zou opgelost kunnen worden door een meer
kruidenrijk grasmengsel te gebruiken. Beter voor de weidevogels, mooier vanwege
de bloemenpracht die ik mij uit mijn jeugd nog zo goed herinner en minder
aantrekkelijk voor de ganzen. Ook door de koeien meer in de wei te laten lopen en
grazen zullen de ganzen er minder snel gaan fourageren. Het niet meer bejagen
van de vos, een natuurlijke vijand van de gans, zou eveneens een belangrijke
bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van de ‘overlast’. Door
tegenstanders van het afschieten, vergassen of anderszins op wrede wijze
elimineren van deze hoogontwikkelde wezens zijn de laatste jaren tal van
steekhoudende argumenten aangedragen om de levens van de dieren te sparen en
een bepaalde mate van schade en overlast te accepteren. De wereld is immers
niet van ons.
Maar nee, er moet geschoten worden – pardon, ik bedoel
natuurlijk: er moet behéérd worden. Met de zo kenmerkende minachting voor het
leven van andere soorten dan de mens worden de jachtgeweren uit het vet gehaald
en maken jagers – hè, alweer fout; ik bedoel natuurlijk faunabeheerders! – zich
op deze ‘megaklus’ te klaren. Gaat Fryslân een Killing Field worden? Wordt het
geen tijd dat de sloten subsidies die boeren toegeschoven krijgen herschikt en
heroverwogen worden zodat niet langer de belastingbetaler voor de
halsstarrigheid van boeren en hun organisaties opdraait? Wie voor raaigras
blijft kiezen en dus weidevogels blijft verjagen en ganzen blijft lokken zal de
rekening daarvoor gepresenteerd moeten worden.
Herman Gallé
Voorzitter afd. Fryslân van de Partij voor de Dieren
Geen opmerkingen:
Een reactie posten