Een krantenmeneer mailde mij dat hij me tegen mezelf wilde beschermen. Het was zijn antwoord op mijn vraag waarom hij een zin uit een door mij ingezonden brief had weggecensureerd alvorens die te plaatsen.
Ik was te verbaasd om boos te zijn. Die boosheid kwam later.
Mijn brief bevatte kritiek op de jolige manier waarop in een artikel werd bericht over een aan de kant van de weg liggende doodgereden haas. De gecensureerde zin luidde: "Als daar in plaats van een haas een kind had gelegen was de wereld te klein geweest. Terecht!"
Het ging mij niet om de zin op zich. Je kunt het er mee eens zijn of niet. Je kunt het zelfs ongepast vinden. Veel mensen gaan er zonder discussie van uit dat een mensenleven te allen tijde belangrijker is dan dat van niet-menselijke dieren.
Maar de arrogantie van zo'n redacteur om in een stuk, waar hij niet eens verantwoordelijk voor is, want ingezonden en getekend door mij, inhoudelijk wijzigingen aan te brengen en dat te legitimeren door aan mijn geestelijke vermogens te twijfelen. Want daar komt die rare actie natuurlijk op neer. Niet toerekeningsvatbaar, niet handelingsbekwaam, curatele.................
Natuurlijk mag een redactie stukken weigeren, inkorten en (stilistisch) aanpassen en wat dies meer zij. En ook mag de redactie dat doen zonder daarover met de inzender in discussie te gaan. Allemaal waar. Maar geef dat dan als antwoord aan degene die uitleg vraagt over de redactionele ingreep.
Het draait ook hier weer om macht. "Ik ben redacteur. Jij schrijft iets wat me niet bevalt en ik verdom het dus te plaatsen. En als je vraagt waarom en mijn antwoord bevalt je niet, jammer dan."
Vrijheid van meningsuiting. Maar nu even niet!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten