zondag 18 oktober 2015

Shoppen en ander wereldleed..................

Hoewel wij als echtpaar veel overeenstemmende interesses hebben is er één ding waarin we lijnrecht tegenover elkaar staan: shoppen! En onder shoppen versta ik het eindeloos in- en uitgaan van vele mode- en schoenenzaken, vaak resulterend in de aankoop van de blouse, het jasje, het sjaaltje dat in de eerst bezochte zaak meteen al de aandacht trok. Mijn diepe afkeer van deze bezigheid heeft mij doen toetreden tot het wat meelijwekkende soort mannen dat heel herkenbaar, eenzaam, voor de winkelpui somber staat te wachten dan wel, steelse blikken naar binnen werpend, wat verlegen heen en weer drentelt. Alleen als het pokkenweer is ga ik mee naar binnen, wat dan zowel voor mij als mijn vrouw het er niet vrolijker op maakt. Ik schijn wanneer het me te lang duurt - en dat is gauw zo -  in een soort gezucht te vervallen dat haar zenuwachtig maakt waardoor ze zich niet meer goed kan concentreren op een verantwoorde aankoop. Het gevolg laat zich raden........................ Maar soms is er een stoel of nog beter, een lees/koffietafel. Daar ligt dan vaak een 'Telegraaf', wat mij dan weer niet vrolijk maakt, of een modeblad wat ik ook geen spannende lectuur vind. Maar goed, even zitten is ook wel lekker. Soms tref ik een lotgenoot daar. We kijken elkaar eens aan, zuchten nog maar eens diep en weten van elkaar hoe het is. Soms komt het tot een kort gesprekje maar meestal heerst er een dof, berustend stilzwijgen.
Onlangs hadden we vrienden op bezoek. We hadden besloten met z'n vieren naar Franeker te gaan, een mooi oud stadje in het noordwesten van ons mooie Friesland. Na de auto geparkeerd te hebben liepen we de stad in. Ik merkte al gauw dat het geen toeristisch wandelingetje zou worden, want de dames koersten zeer doelbewust richting modeboer in het centrum. Vies, druilerig weer, dus de mannetjes gingen mee naar binnen. Jahaaaa..............! Een koffiehoek. En zowaar een koffiehoek met enig gevarieerd leesvoer, naast de kennelijk onontkoombare 'Telegraaf'. Na ons geïnstalleerd te hebben kwam een vriendelijke dame vragen of we koffie beliefden. Ja graag! Mét een koekje nog wel! Intussen had zich een oude dame aan de tafel vervoegd. Met behulp van een rollator en haar (schoon?)dochter werd ze geïnstalleerd waarna haar metgezellin zich weer de krochten van de winkel begaf teneinde naar geschikte kledingstukken op zoek te gaan. Het bleek een lief oud dametje te zijn dat zich bediende van een lekker Stadfries dialect. Ze begreep de reden van onze aanwezigheid intuïtief. Ook zij kreeg koffie. Mét een koekje. Maar die koekjes zitten tegenwoordig in een weerbarstig soort verpakkingsmateriaal. Ik had intussen gemerkt dat zij zo goed als blind was en ze kreeg het koekje dan ook niet uit het omhulsel. Dat heb ik toen maar even gedaan.
Even daarna kwamen er twee mannen(!!) ons gezelschap houden. Ook hun dames waren op ontdekkingsreis door de zaak. Spontaan ontspon zich een gesprek dat onvermijdelijk begon met ons wederzijds te beklagen over....................... Het was goed met gelijkgezinden en de bejaarde sympathisante  bij elkaar te zijn en elkaars leed te delen. Al spoedig kwamen we van het shoppingleed op de andere wereldproblematiek. Oranje, niet het dorpje dat onder het aantal vluchtelingen dreigde te worden bedolven, maar het voor EK uitgeschakelde voetbalteam. Eens waren we het over de zwakheid van dit elftal, de over het paard getilde voetbalmiljonairs, de verkeerde tactiek, het grote geld dat alles had verknoeid enz. Moeiteloos tilden we vervolgens de conversatie naar de vluchtelingen. Godzijdank geen xenofobe, opruiende opvattingen, maar alle begrip voor de nood van de ontheemden en de noodzaak ze te helpen.
Zo  nu en dan kwam een van de dames even iets showen en dan werd er goedkeurend gereageerd door manlief wat ons dan weer de gelegenheid gaf het onderwerp verder uit te diepen. Ook eensgezind waren in onze afkeer van beroepsopruier Geert Wilders c.s. Kortom, wat een eensgezindheid tussen mensen die elkaar nog eerder hadden ontmoet en vrijwel zeker elkaar daarna ook nooit meer zouden ontmoeten. Het werd zowaar gezellig! Het biertje ontbrak er nog aan. Maar de koffie was goed en het koekje ook. En ook de vrouwtjes hadden hun draai gevonden, hun inkopen gedaan en dronken nog gezellig even een kopje koffie mee.

donderdag 8 oktober 2015

Een nieuw Nederland

Ik raak de greep op dingen kwijt. Ik weet het niet meer. Nederland en Europa worden overspoeld met vluchtelingen uit voornamelijk Syrië. Een land waar een verschrikkelijke burgeroorlog heerst, reliwaanzinnige terroristen dood en verderf zaaien en de politieke grootmachten hun eeuwige machtsstrijd strijden. Honderdduizenden mensen zijn die hel ontvlucht. De meesten hebben een plek gevonden in de landen in de regio. Maar ook daar is weinig perspectief voor een draaglijk leven. En dus neemt men de wijk naar West-Europa. Duitsland is het beloofde land, evenals Zweden en in iets mindere mate Nederland. Bij tienduizenden komen ze binnen. Op zoek naar een leven zonder terreur, marteling, rechteloosheid en angst.

zaterdag 1 augustus 2015

Mensen en andere dieren.

Vreemde titel? Hoezo? Dacht je dat mensen geen dieren zijn? Beesten zijn het vaak, maar dat is een ander onderwerp. Ik kwam hierop na het lezen van een prachtig opinie-artikel enige tijd geleden. Daarin stelt een aantal moeders het vraagstuk van de zuivel(productie en -consumptie) aan de orde.
De melkveehouderij is gebaseerd op diefstal, uitbuiting en meedogenloosheid. Met name de wrede scheiding van moeder - de koe - en haar kind - het kalf - zou voor ieder mens al reden genoeg moeten zijn nooit meer een slok melk, een plakje kaas of een lik boter te consumeren. Vrijwel meteen na de geboorte worden moeder en kind van elkaar gescheiden. Het artikel stelt terecht dat alle moeders instinctief hun kind bij zich willen hebben en verzorgen tot het moment dat het zijn eigen weg gaat. Omgekeerd weet een kind zich veilig en geborgen bij de moeder. Dat is voor mensen niet anders dan voor koeien. De melk die moeder produceert is natuurlijk bestemd voor haar kind. Maar het is de mens die na haar kind te hebben weggeroofd ook nog de voor het kind bestemde melk van haar af neemt. Dat maakt ons tot de enige diersoort die melk drinkt na onze zoogperiode en dan ook nog van een andere soort!
Het is al lang bekend dat melk niet die fantastische eigenschappen heeft die Joris Driepinter ons destijds toeriep in de reclame. In feite is het beter geen melk(producten) te consumeren.


Er wordt mij en andere pleitbezorgers van een betere omgang met dieren vaak verweten dat we antropomorfisme bedrijven - het toeschrijven van menselijke emoties en gevoelens aan dieren. In de ogen van sommigen is dat bijna een doodzonde. De gretigheid waarmee dit begrip wordt losgelaten op mensen die het opnemen voor het gekwelde, in de steek gelaten, uitgebuite, miskende dier is opvallend. Je zou bijna denken dat een latent schuldgevoel er al bij voorbaat mee het zwijgen wordt opgelegd. Intussen is bekend door allerlei wetenschappelijk onderzoek dat dieren meer weten dan we denken en meer denken dan we weten. Dat veroorzaakt ook bij veel mensen een ongemakkelijk gevoel. Want ja, ze vinden natuurlijk dat je dieren niet onnodig mag laten lijden. En natuurlijk houden ze van hun hond of poes. En wee degene die Pluto of Minoes ook maar een honden- of poezenhaartje dreigt te krenken. En ze prijzen de intelligentie, trouw en slimheid van hun beestje. En wát zeg je? Eten ze in China honden? Wat zijn dat voor barbaren? En och, dat stierenvechten in Spanje, het is toch een grof schandaal zo'n arm beest in de arena een langzame dood te bezorgen? Nee, dan zijn we hier toch een stuk geciviliseerder. Nou, reken maar.
Ja oké, we hebben hier ongeveer drie miljoen 'sport'vissers die voor hun lol miljoenen vissen een haak door bek jagen en uit het water halen. Dat vinden ze leuk. Dat is hun hobby en daar hebben ze recht op. En het is ook zo goed voor de kinderen op die manier met de natuur in aanraking te komen. Wreed? Zeur nou even niet, man. Die beesten voelen niks en als ze al wat voelen dan doen ze dat op een wijze die niet te vergelijken met de manier waarop wij pijn ervaren. Hoe ik dat weet? Nou gewoon, dat weet ik. Trouwens hoe weet jij of ze wél pijn hebben? Nou, misschien zou ook het niet (zeker) weten reden kunnen zijn om maar niet te vissen? Gewoon het risico niet nemen? Ja zeg, kom nou, straks mogen we niks meer in dit land. Ik vis dus ik besta en daarmee basta!

Honden eten? Te walgelijk voor woorden. Tegelijkertijd wordt er nog een hamburger of een varkenslapje op de bbq gelegd. Wist je dat er per jaar in dit geciviliseerde land vijfhonderd miljoen(!!) dieren in de bio-industrie lijden en sterven om iets voort te brengen dat we niet nodig hebben, nl. vlees? Ja hé, ga nou even niet mijn eetlust bederven. Zitten we net hier gezellig te barbecueën, kom jij met je horrorverhalen op de proppen. Dat jij gras wilt vreten moet jij weten, maar je moet mij niet lastig vallen met je geitenwollensokkenideeën over die zielige dieren. Dat valt allemaal reuze mee. Natuurlijk zijn die boeren goed voor hun dieren. Het is toch ook hun brood? En heb je niet gezien hoe ze stonden te huilen toen al die dooie varkens in de grijpers hingen na de varkenspest? Hoezo krokodillentranen? En in die slachthuizen gaat het heus heel fatsoenlijk toe. Die dieren lijden niet meer dan strikt noodzakelijk. Ik eet vlees dus ik besta en daarmee basta!
De Partij voor de Dieren vormt het geweten van vleesetend, zuivelend Nederland. En zoals het vaak met een geweten gaat willen velen niets liever dan dat geweten het zwijgen opleggen. Vlees en kaas zijn lekker en we willen helemaal niet weten welk leed er achter schuilgaat. Op het moment dat het geweten aan ons gevoel voor mededogen en respect appelleert en daarmee ons genot dreigt te verstoren wordt het in een kastje gestopt, op slot gedaan. Kastje gaat pas weer open als de kust veilig is en we ach en wee en zielig en foei kunnen roepen over beroofde juweliers en bejaarden, door donker getinte mannen die met Marokkaans accent spreken. Hoe durven ze, dat tuig!
Wie wil der  nog een kippenpootje, jongens? Of een sateetje? Toe eet nou even door. Straks moet ik de helft weggooien. Blurp!

maandag 19 januari 2015

Vet gaaf of zwaar kut……………..




Donderdag in november. Ik bevind mij in de trein die om 11.48 uur zich als intercity van Zwolle richting Roosendaal dient te begeven. Dat eindpunt zal ik niet bereiken. Mijn voorlopig doel is Deventer alwaar ik over moet stappen in de trein naar Apeldoorn. Daar heb ik een afspraak met mijn echtgenote.
De trein is nog tamelijk leeg als ik instap. Even later komen er meer mensen binnen, voornamelijk jonge  lieden, vermoedelijk studenten. Op de stoel tegenover mij neemt een jong meisje plaats. Blond haar, een leuk open gezichtje met een grappig wipneusje. Aan de andere zijde van het gangpad strijken tegelijkertijd eveneens twee jongedames neer, ook niet onaardig! Alsof het afgesproken is trekken ze alle drie gelijktijdig hun mobiele telefoontjes, terwijl zo op het oog ze in geen enkel relatie met elkaar staan. Het meisje tegenover me begint enthousiast te sms-en, de andere twee vangen op gepast gedempte toon een gesprek aan. Dan komt er een jongen binnen. Zijn entree leidt tot een blij verraste verbazing van mijn overbuurvrouw. “Ah, joh, je bent er wél! Ik zat je net te sms-en!”. Hij ziet haar wel zitten en neemt met een dweperige blik naast haar plaats. Onmiddellijk verzinken ze in een levendig gesprek, doorspekt met veel scholierenvaktaal die ik maar gedeeltelijk kan bevatten. Economie is kennelijk niet haar favoriete vak want ze “kan er maar niet toe komen er mee aan de gang te gaan, terwijl we morgen de héééle dag economie hebben”. Wel nee, riposteert haar collega, “We hebben morgen ook nog BMI……., toch?” Terwijl ik mij suf zit te prakkiseren wat BMI nu weer is, neemt naast mij nog dame plaats. Ze heeft wat tijd en ruimte nodig om zich te nestelen want ik krijg een paar maal een elleboogje van haar in mijn zij. Gewillig schuif ik nog een eindje naar het raam op. En ja hoor, ook hier wordt een gsm opgediept uit de krochten van haar handtasje. Met twee geroutineerde duimen begint ze als een razende een bericht te construeren, hetgeen gepaard gaat met de kennelijk onvermijdelijke piepjes. Het wordt een lang verhaal, constateer ik als ik besmuikt vanuit mijn ooghoeken toekijk.
Intussen ontwikkelt de conversatie van de twee tegenover mij zich van het schoolgebeuren nu meer in de richting van de bijbaantjes annex uitgaansleven. Het geluidsvolume van hun dialoog is dusdanig dat het godsonmogelijk is niet mee te luisteren! Ze blijken allebei iets te doen in het horecawezen en worden daar kennelijk voornamelijk aan de gang gezet met schoonmaakwerkzaamheden dan wel karweitjes van gelijke strekking. Dat ze nou echt opgaan in hun werk kan niet worden opgemaakt uit wat ze elkaar hierover mede te delen hebben. Zij: “Nou ja zeg, toen moest ik van die eikel ook nog alle tafels gaan schoonmaken. En dat vond ik gewoonweg zwaar kut want daarom kwam ik vet laat in de kroeg! Maar goed, we hebben enorm gezopen en dat was eigenlijk ook wel weer vet gaaf! Toen had ik écht zoiets van zeg maar het kan me allemaal geen ene fuck schelen, ik ga zuipen!” Hij: “Ja, ik moet ook steeds van die kutkarweitjes opkanppen. Zwaar klote allemaal. Maar je moet je gewoon wat vaker ziek melden, dat kan gerust, want ze controleren toch niet!” Het lijkt haar een interessante suggestie.
Mijn belendende dame is nog bezig met haar sms-verhaal. Soms pauzeert ze even en dan klinkt er al vrij snel een tingeltangeltje, waarschijnlijk een antwoord van gene zijde. Uiteindelijk is kennelijk alles wat meegedeeld en uitgewisseld wat meegedeeld en uitgewisseld  dient te worden en met tevreden zucht wordt het apparaatje dichtgeklapt en opgeborgen. Niet voor lang overigens want even later word ik opgeschrikt door een soort oerwoudkreet die als ‘ringtone’ uit haar handtas opklonk! Er wordt even druk gegrabbeld, want damestasjes, niet waar…………? en ja, het onmisbare communicatiemiddel bevindt zich bij haar lieve oortje. “Ja!”, is haar tamelijk summiere melding. “Nee, ik heb dit nummer nog niet zo lang, dus dat kan niet……………… Nou, dat kan ik niet geweest zijn, hoor! Hoe lang? Nou, een week of drie. Nee, daar heb ik geen belangstelling voor. Nee, ook niet. Ja, dat is goed, daag!”
Aan de overzijde gaat het allemaal nog zeer geanimeerd over alles wat jonge levens klaarblijkelijk heden ten dag zoal bezig houdt. Er wordt nog heel wat afgekut en gefuckt. Ook het aantal zeg maars en dan heb ik zoiets vans zijn  niet van de lucht. Ik kijk quasi geïnteresseerd naar buiten, hoewel het voorbijsnellende landschap daar niet de minste aanleiding toe geeft en verzink in allerlei bespiegelingen over de zegeningen van de moderne communicatiemiddelen, waarbij ik mijzelf voorhoud godzijdank niet aan die gekte mee te hoeven/willen doen. Op dat moment gaat mijn eigen mobiele telefoon! Mijn vrouw! Zij wil mij waarschuwen dat er waarschijnlijk geen treinen rijden van Deventer naar Apeldoorn wegens een ongeluk. “Is goed. Ik vind het wel zwaar kut trouwens. Moet ik nu met de bus? Ik weet geen fuck van die dienstregeling af. Is het zeg maar niet beter dat je me even uit Deventer haalt? Ik denk dat we anders vet laat in Arnhem aankomen. Ik heb nu zoiets van dit is zwaar klote, weet je! Ik bel je nog wel!”
Het gesprek aan de overkant stokt en twee paar jongen ogen kijken mij ietwat onthutst en gegeneerd aan. Ik glimlach hen minzaam toe! Ook naast mij verneem ik enige onrust. Ah, daar is Deventer. Vet gaaf!


woensdag 8 oktober 2014

Parkeerbon



Parkeerbon.

Wat het auditieve equivalent van voyeurisme is weet ik eigenlijk niet. Luisteren naar gesprekken die niet voor je bedoeld zijn kan even spannend - en stout - zijn als kijken naar taferelen die als intiem zijn bedoeld.
Niemand doet dat natuurlijk, want we zijn fatsoenlijke mensen............ Toch?
Ik zit op mijn hotelbalkon op de derde verdieping, in een ver, mooi buitenland. Ik kijk neer op een rij parkeerplaatsen vlak voor het hotel. Op een van die plekken staat een auto. Onder de ruitenwisser zit een parkeerbon. Dat weet ik, want ik had gezien dat even daarvoor een ijverige parkeerwachter die bon had uitgeschreven. Bij de auto staan een jongeman en een meisje. Ze praten. Waarover weet ik niet, want de fysieke afstand is te groot, evenals het omgevingslawaai. Komt nog bij dat mijn Portugees niet meer is wat het geweest is. Kortom, geen flauw idee waar de conversatie over gaat.
De lichaamstaal van het tweetal verraadt echter dat het waarschijnlijk niet een vrolijk koetjes en kalfjesgesprek is. De gebaren duiden op een ernstige aangelegenheid. Wegwerpgebaren, opgetrokken schouders waarbij beide onderarmen en handen zijwaarts gaan, als om aan te geven dat men geen idee heeft waar de ander zich druk om maakt. Soms gaat het volume omhoog en wordt de toon scherp. Het meisje doet de portier van de auto open en gaat op de bestuurdersstoel zitten met haar benen buiten de auto. Ze wrijft over haar ogen en steekt een sigaret op. De jongen blijft quasi nonchalant naast de auto staan en leunt met zijn hand op het geopende portier. Hij steekt er ook een op. Het gesprek gaat verder. Soms wordt het even onderbroken doordat hij zich abrupt omdraait en doet alsof hij wegloopt. Maar hij komt weer terug en de draad wordt weer opgepakt. Het meisje wrijft weer in haar ogen. We zijn intussen drie sigaretten verder en van enige toenadering lijkt geen sprake.
Ineens ziet het meisje het papiertje onder de ruitenwisser. Ze stapt uit, loopt om de auto heen en grijpt het. Ze weet kennelijk al wat de boodschap inhoudt. Ze zwaait er mee naar de jongen alsof ze wil zeggen: "Dat kan er ook nog wel bij!".
Hij staat er wat geslagen bij. Plotseling loopt hij ook om de auto heen, stapt in en gaat op de passagiersstoel zitten. Zij doet haar portier dicht, start de auto en rijdt, mét vriend(?) weg........................

maandag 28 juli 2014

Ballonnenterreur.



Stille tochten bij de vleet momenteel. De ramp met de MH17 maakt een enorme hoeveelheid ostentatief rouwbeklag los. Condoleanceregisters zijn niet aan te slepen. Er wordt driftig met bloemen en knuffels gegooid En last but not least regent het dus stille tochten. Prima, laat iedereen maar op zijn/haar eigen wijze de sluizen van het gemoed open zetten. Ik doe er niet aan mee. Ik verwerk mijn verbijstering over dit ongeluk en mijn medeleven met de nabestaanden zonder daar demonstratief vorm aan te geven. Wel begin ik zo langzamerhand een soort emotioneel exhibitionisme te signaleren, maar misschien ben ik te cynisch. Ook het vrijwel negeren van het feit dat er bij het ongeluk twee honden – Costa, een Duitse herder en Quinta, een Friese Stabij – alsmede 4 duiven en vijf andere vogels zijn omgekomen geeft me een onaangenaam gevoel.  

De stille tochten, al dan niet met dresscode, volgen elkaar in hoog tempo op. Het zou deelnemers een ‘goed gevoel’ geven en de nabestaanden een hart onder de riem steken. Kán zijn…………. Wat mij in ieder geval geen goed gevoel geeft is de gekte van het oplaten van duizenden ballonnen. Iedereen die zijn eigen naam kan schrijven weet – of zou móeten weten – wat voor ellende ballonnen in de natuur aanrichten. Veel  vogels, zeezoogdieren en schildpadden zien de kleurrijke stukjes ballon aan voor voedsel. Door het eten van de stukken kan de toegang tot de maag geblokkeerd raken met als gevolg dat de dieren verhongeren. Ook worden er geregeld dieren op het strand gevonden die geheel verstikt zitten in de touwtjes die nog aan de ballon zit. Met een afschuwelijke dood tot gevolg! Organisatoren zijn veelal ongevoelig voor de – bijna - smeekbeden om in ieder geval het ballonnengebeuren achterwege te laten. Slechts een enkeling geeft toe, zoals in Drachten. Voor de rest is boosheid, hoon en ridiculisering het loon van hem of haar die het waagt aandacht voor en mededogen met de potentiële slachtoffers te vragen. Particulieren en in der haast opgerichte organisaties buitelen over elkaar heen om hun herdenkingsactiviteiten te promoten. Soms vraag je je af om wat of wie het nou eigenlijk gaat! De zin van zo’n stille tocht ontgaat mij wanneer men daarbij de toevlucht neemt tot dit zinloze, doelloze en redeloze gefrutsel met ballonnen. Her- of gedenk wie, waar en hoe je wilt. Maar het daarmee toebrengen van leed aan onschuldige wezens berooft zo’n actie van elke geloofwaardigheid. Het is de nagedachtenis van de slachtoffers uit de H17 onwaardig.

dinsdag 1 juli 2014

Killing Fields in Fryslân?



Het systematisch en massaal doden van groepen mensen en dieren die als bedreigend of ongewenst worden beschouwd brengt niet het gewenste en verwachte ‘succes’. Talloze (recente) voorbeelden bevestigen dit beeld. Sterker nog: het vernietigen van grote aantallen wezens op grond van (vermeende) schadelijkheid of ongewenstheid heeft als resultaat dat uiteindelijk de aantallen zullen toenemen. Een natuurwet.
Ik moest hieraan denken toen ik de plannen las van de Provincie Fryslân om de komende jaren grote aantallen ganzen te laten afschieten. Dat vindt men noodzakelijk want ganzen veroorzaken kennelijk veel schade aan gewassen die de mens nodig heeft. Een van die gewassen is gras. Gras wordt gegeten door koeien die er weer melk van maken. Die melk is bedoeld voor de jongen van die koe, maar daar heeft de mens geen boodschap aan. Die steelt onbekommerd de melk om daar overbodige voedingsmiddelen voor zichzelf van te  maken.
Heel toevallig wordt dit (Engels raai)gras ook lekker gevonden door ganzen en zie daar de geboorte van een probleem. De ganzen eten het gras, vertrappen het land en schijten het dood.
Het probleem zou opgelost kunnen worden door een meer kruidenrijk grasmengsel te gebruiken. Beter voor de weidevogels, mooier vanwege de bloemenpracht die ik mij uit mijn jeugd nog zo goed herinner en minder aantrekkelijk voor de ganzen. Ook door de koeien meer in de wei te laten lopen en grazen zullen de ganzen er minder snel gaan fourageren. Het niet meer bejagen van de vos, een natuurlijke vijand van de gans, zou eveneens een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van de ‘overlast’. Door tegenstanders van het afschieten, vergassen of anderszins op wrede wijze elimineren van deze hoogontwikkelde wezens zijn de laatste jaren tal van steekhoudende argumenten aangedragen om de levens van de dieren te sparen en een bepaalde mate van schade en overlast te accepteren. De wereld is immers niet van ons.
Maar nee, er moet geschoten worden – pardon, ik bedoel natuurlijk: er moet behéérd worden. Met de zo kenmerkende minachting voor het leven van andere soorten dan de mens worden de jachtgeweren uit het vet gehaald en maken jagers – hè, alweer fout; ik bedoel natuurlijk faunabeheerders! – zich op deze ‘megaklus’ te klaren. Gaat Fryslân een Killing Field worden? Wordt het geen tijd dat de sloten subsidies die boeren toegeschoven krijgen herschikt en heroverwogen worden zodat niet langer de belastingbetaler voor de halsstarrigheid van boeren en hun organisaties opdraait? Wie voor raaigras blijft kiezen en dus weidevogels blijft verjagen en ganzen blijft lokken zal de rekening daarvoor gepresenteerd moeten worden.

Herman Gallé
Voorzitter afd. Fryslân van de Partij voor de Dieren