vrijdag 8 juni 2018

Wolvenfobie


Pieter van Vollenhove slaakte eens de verzuchting: “Wij mensen zijn zo doodmakerig”. Jammer genoeg behoort hij zelf ook tot het doodmakerige soort want hij wordt regelmatig gesignaleerd in gezelschap van andere doodmakers, oftewel jagers.

Maar, zoals Godfried Bomans ooit stelde: “Een opinie verliest niet aan waarde omdat men er zelf tegen zondigt”.

Doodmakerig zijn we zeker. Niet alleen onze eigen soort, andere aardbewoners zijn ook absoluut niet veilig voor onze hang naar doden van alles wat ons tot voedsel kan dienen, onze belangen ‘schaadt’ dan wel een bedreiging voor ons lijkt te vormen.

Neem de wolf. Dit dier lijkt het vaste voornemen te hebben na zo’n 150 jaar weer binnen onze landsgrenzen een bestaan te zoeken. De reacties daarop zijn verschillend. Zij die de natuur kennen en een goed hart toedragen juichen de komst van dit prachtige dier van harte toe.

Anderen zien meer nadelen. Wolven vergrijpen zich wel eens aan een schaap en zelfs is onlangs in Duitsland een vaars als prooi verorberd.

Verscheurd worden door een wolf is natuurlijk een gruwelijk einde voor het prooidier, maar het past in de orde van de ‘schepping’. De natuur is geen paradijs en lijden en sterven is er  dagelijkse praktijk.

In de krant schreef iemand dat de schade die dieren veroorzaken door de belastingbetaler moet worden opgehoest. Hij vraagt zich af of dat geld niet beter kan worden besteed aan voor de mens nuttige zaken als voedselbanken, ouderenhulp e.d. Hij signaleert een tendens dat het dier boven de mens wordt geplaatst. Dat vind ik een vreemde opvatting. Immers de mens is ook een dier(soort), maar heeft zichzelf met een merkwaardige zelfoverschatting boven de andere soorten uitgetild (antropocentrisme/speciësisme). Gevolg: alle andere levende wezens worden slechts getolereerd wanneer en voor zover ze de menselijke belangen dienen dan wel niet nadelig beïnvloeden.

Schrijver en Nobelprijswinnaar Bertrand Russell: “Er is geen enkele objectieve reden menselijke belangen zwaarder te laten wegen dan belangen van (andere) dieren”.

De wolf komt en is wat mij betreft welkom. Hij zal zich niet laten uitroeien tenzij we een soort zoöcide (=genocide maar dan op dieren) tegen hem ontketenen, zoals we met eigen soortgenoten ook wel hebben gedaan. We hebben de wolf te accepteren en onszelf en onze eigendommen adequaat te beschermen tegen sommige gewoontes van het dier. Maar net zo min als we een inbreker mogen doodschieten zullen we ook het leven van de wolf hebben te respecteren en een beetje dienen op te schuiven om hem de ruimte te geven waar hij recht op heeft. De wereld is niet (alleen) van ons.



Herman Gallé

donderdag 8 maart 2018

Weekje geen vlees. Waarom?


“Wanneer je als volwassene één week geen vlees eet, bespaar je: 7 maanden douchewater, 114 kilometer auto rijden, 1 blije kip en 7 maanden werk voor een boom.” Dit wordt ons toegeroepen op de website van De Nationale Week Zonder Vlees.

Je zou zeggen wie wil daar nou niet aan meewerken? Immers duurzaamheid is de mantra van deze tijd. Onderdeel van duurzaamheid is natuurlijk het minder consumeren van dierlijke producten, dus vlees, zuivel, wol, leer etc. We (kunnen) weten dat de veeteelt wereldwijd een enorme bijdrage levert aan de uitstoot van CO2, lachgas en methaan  en daarmee aan de bezig zijnde klimaatverandering. Die bijdrage is zelfs groter dan de hele verkeers- en vervoerssector bij elkaar. Hoog tijd om ons consumptiepatroon eens kritisch te bekijken.

Toen ik tien jaar geleden besloot nooit meer vlees te eten had ik daarbij niet in de eerste plaats het begrip duurzaamheid op het oog. Ook zorg over eigen gezondheid lag niet ten grondslag aan die beslissing. Voor mij was mededogen het alles overheersende argument om geen dode dieren meer te eten.

Ik kan me nu haast niet meer voorstellen dat ik meer dan zestig jaar heb meegewerkt aan een systeem waarbij we niet-menselijke dieren het recht op leven ontzeggen om een product voort te brengen waar we heel goed zonder kunnen. De dieren waar het in dit kader om gaat zijn hoog ontwikkelde levende wezens met een even sterke levenswil als wij. Wezens die pijn voelen, angst en stress kennen, (on)gelukkig kunnen zijn en tevreden, liefde voelen, zich willen voortplanten, kortom volwaardige wezens die absoluut niet inferieur zijn aan de diersoort mens. Toch worden ze schuimbekkend en krijsend van doodsangst genadeloos de slachthuizen ingedreven.

De Amerikaanse dierenonderzoeker Irene Pepperberg zei het zo: “Dieren weten meer dan we denken en denken meer dan we weten”.

Ik weet hoe lekker vlees kan zijn. Ik zou het nog steeds lekker vinden. Toch zal ik het nooit meer eten. Ik heb ervaren dat je zonder vlees en zuivel elke dag goed, gezond en lekker kunt eten.

Als mededogen je niet zo aanspreekt zou je het milieu/duurzaamheidsaspect kunnen betrekken in je overweging om geen of minder vlees te eten. Voedingsdeskundigen wijzen er op dat een plantaardige voedingswijze niet minder gezond is dan een dieet mét dierlijke eiwitten, ja wellicht zelfs gezonder. En wie bij de warme hap toch iets ‘vlezigs’ niet kan of wil missen kan terecht bij de talloze, kwalitatief steeds beter wordende, vleesvervangers die in elke supermarkt te verkrijgen zijn.

Probeer het gewoon. Je krijgt er geen spijt van.



Herman Gallé

zondag 18 februari 2018

Boerenliefde…………






Boeren leven voor hun dieren, schrijft een boerin in mijn krant.
Leven vóór je dieren. Maar hoe zit het met het leven ván je dieren?
Een boer houdt geen vee omdat hij zo van dieren houdt. Hij is boer/ondernemer en wil een goede boterham verdienen. Zijn vee is zijn kapitaal waarmee hij zichzelf en zijn gezin wil onderhouden. Als ondernemer is hij natuurlijk zuinig op zijn bedrijfskapitaal. Het gaat daarbij om levende wezens. Ik wil graag geloven dat de meeste melkveehouders ook gevoelsmatig een band met hun dieren hebben. Zij zullen dan ook goed voor hun dieren willen zorgen uit oogpunt van respect en mededogen. Maar al geef je nog zo om je dieren, er komt een moment dat het zakelijke het persoonlijke in de weg staat. Zaken gaan voor het dier(enwelzijn).
Zoals elk vrouwelijk zoogdier, waaronder de mens, produceert een koe melk. Daaraan voorafgaand moet er bevrucht worden teneinde een zwangerschap te bewerkstelligen. Gebeurde dat vroeger op de natuurlijke manier, d.w.z. door de stier de koe te laten dekken, thans hebben we K(unstmatige) I(nseminatie). Zonder in details te treden, het zaad van de stier wordt op kunstmatige manier verkregen, verzameld en eveneens kunstmatig bij de koe ingebracht.
Wanneer het onze eigen soort betreft hebben we het begrip ‘lichamelijke integriteit’ hoog in het vaandel. Dit soort handelingen uitvoeren bij mensen zonder nadrukkelijk verzoek of instemming van de betrokkenen is wettelijk en moreel ontoelaatbaar. Bij andere dieren doen we het probleem- en discussieloos.
Wordt de koe zwanger – drachtig noemen we dat – en bevalt ze – kalven noemen we dat – treedt de volgende fase in werking.
Elk moederdier heeft de instinctieve behoefte haar kind te zogen, te verzorgen en te beschermen tot het moment van natuurlijke scheiding is aangebroken. Bij de mens is dat niet anders en wordt dat gerespecteerd.
De koe ‘produceert’ melk en die melk is bedoeld voor haar kind/kalf. Ook zij wil haar kind zogen, verzorgen en beschermen zoals een goede moeder betaamt.
Maar daar hebben wij als 'opperdier' geen boodschap aan. Het kalf wordt vrijwel direct bij moeder weggehaald – stress en verdriet bij moeder en kind! – en de melk die voor haar kind was bestemd wordt weggenomen en voor menselijke belangen aangewend. Het kalfje wordt in eenzaamheid gehouden. Haar/zijn lot is onzeker.
Moeder koe ondergaat dit proces nog een paar keer en mag na 5 à 6 jaar als dank instappen in de veewagen richting slachthuis. Zij kan onder natuurlijke omstandigheden 20 à 25 jaar worden!
Ik begrijp niet helemaal hoe iemand vóór zijn/haar dieren kan leven terwijl het leven ván die dieren eigenlijk een aaneenschakeling is van leed en onrecht.



Herman Gallé

maandag 12 februari 2018

Royalty en volk.

Hoewel ik angstvallig de Olympische hysterie op radio en tv probeer te vermijden zijn er toch van die onbewaakte ogenblikken dat je er mee geconfronteerd wordt. Zo zag ik vanavond in het journaal dat Ireen Wust een afstand van anderhalve kilometer een paar honderdsten van seconden sneller per schaats had afgelegd dan de andere meiden. Goud! Fijn voor Ireen. Alle respect, hoor je dan plichtmatig te melden. In de euforie besprong ze haar trainer en even later omhelsde ze Willem Alexander, ons staatshoofd. Het kan ook andersom zijn geweest, hoor. Ontroering alom! Want ja, het is wel de Koning die zich daar laat liefkozen door een gewoon volksmeisje. Het kan ook andersom geweest zijn, hoor. Toch bekroop mij even een onbestemd en onbehaaglijk gevoel: Tillen we nou zo'n sportprestatie eigenlijk niet te veel uit boven wat het is, nl. een sportprestatie?
Ik moest ook terugdenken aan de vuurwerkramp in Enschede, jaren geleden. Daar zag ik Beatrix troostend armen heen slaan om slachtoffers van een verschrikkelijke tragedie waarbij ettelijke doden en gewonden waren te betreuren, naast een gigantische materiële schade. Ik heb totaal niets met onze (vorm van) monarchie. De bijna goddelijke status waarvan de vertegenwoordigers van dat gekke systeem door velen zijn voorzien vind ik grotesk en bizar. Staat los van de waardering die ik desondanks kan hebben voor de wijze waarop deze onmogelijke functie wordt vervuld. Het optreden van Beatrix in Enschede raakte me omdat ze invulling gaf aan wat een groot deel van 'het volk' van een koning(in) verwacht, nl. er zijn in voor- en tegenspoed bij gelegenheden die er toe doen. Velen zullen het met mij oneens zijn en vinden dat de uiting van het vreugdebetoon tusssen staatshoofd en onderdaan een hartverwarmende gebeurtenis was bij een gelegenheid die er toe doet. Ik vind die kwalificaties eerder van toepassing op wat de moeder van W.A. destijds ten toon spreidde.
Sport is mooi, maar het is (maar) sport.

woensdag 31 januari 2018

Kallemooi


Op 25 januari jl. moest een Limburgse actievoerder zich verantwoorden bij de kantonrechter in Leeuwarden voor een actie die hij met een compaan had verricht op Schiermonnikoog op 14 mei 2017. Zij hadden zich uit protest tegen het gebruik van een levende haan tijdens het Kallemooifeest vastgeketend aan de mast waarin het dier zou worden opgehesen.
Een hoop heisa. Agressieve eilanders en een bescheiden politie’macht’ die de kant koos van de eilanders en de heren aanhield, een van hen verbaliseerde en beiden van het eiland verwijderde!

Vonnis € 150,-- voorwaardelijke boete en een proeftijd van een jaar. De kantonrechter liet zich niet uit over de morele achtergronden die de actievoerders tot hun daad van verzet had gebracht. En van de eilanders valt op dat gebied ook weinig te verwachten. Het is immers een traditie?! En de traditie eist dat de haan drie aaneengesloten dagen in een mand op plm. 20 meter hoogte op water en brood wordt opgesloten, weer of geen weer! Er komt steeds meer verzet tegen deze achterhaalde vorm van traditievieren en door velen wordt de organisatoren voorgehouden dat als men dan zo nodig deze traditie 'levend' wil houden de levende haan zou moeten vervangen door een opgezet of kunstmatig exemplaar.

Tradities zijn niet heilig en onaantastbaar. Tradities en gebruiken moeten regelmatig herijkt worden om te bepalen of ze aangepast dan wel afgeschaft moeten worden. Tijden veranderen en daarmee ook opvattingen over wat (nog) wel moreel/ethisch verantwoord is en wat niet.
Andere levende wezens 'gebruiken' om een traditie luister bij te zetten kan alleen als volledige zekerheid bestaat dat het niet tegen de wil van de ander indruist en die ander geen schade en/of leed toebrengt. Daarom is Kallemooi in de huidige vorm niet meer acceptabel. Terecht dat daar tegen opgekomen wordt. En zeker wanneer dat op vreedzame wijze gebeurt. Vervang de levende haan door een kunstmatige en vier je traditie tot in lengte van dagen. Hulde voor de actievoerders! Jammer dat in het 'recht' kennelijk - in dit geval - geen ruimte aanwezig werd geacht om de zwakke te beschermen tegen het recht van de sterkste. Ik heb ooit geleerd: Lex Dura Sed Lex (De wet is hard maar het is de wet). Jammer dat de wet soms zo hard kan zijn dat ook het goede bestraft wordt.



Herman Gallé

zaterdag 30 december 2017

Feestmaand.



Voor de kerst zijn 2.600.000 dieren gedood. De meeste overleden na een kort en ellendig leven in de gruwelstallen van de vee-industrie.

Er rust kennelijk een taboe op – al is het nog zo subtiel – het  wijzen op een periode uit de recente geschiedenis van Europa waarin ook levende wezens met gevoel en intrinsieke waarde, massaal bijeen werden gedreven, onder vreselijke omstandigheden op transport werden gesteld en ‘gehuisvest’ om uiteindelijk in onvoorstelbare aantallen wreed te worden omgebracht. 
Hij of zij die de moed heeft die verwijzing toch te maken kan rekenen op heilige(?) verontwaardiging die, als ik even psycholoog van de koude grond mag spelen, meer te maken zal hebben met het verdringen van een schuldgevoel dan met oprechte en eerlijke geschoktheid. “Varkens met mensen vergelijken, dat kán toch niet”! Waarom het lijden van een varken in de donkere barakken van de vee-industrie minder erg zou zijn dan van hem/haar die crepeerde in de spelonken van een verdwaasde en verdwaalde ideologie heeft niemand mij tot nu toe uit kunnen leggen. Het doel was anders, de middelen zijn nagenoeg gelijk. Hier wordt geen uitroeiing nagestreefd als destijds. Hier gaat het er om op een zo economisch voordelig mogelijke wijze wezens te houden en te doden voor een product dat een mens niet nodig heeft. Voor het plezier van de consumens gaan elk jaar 500.000.000 – vijfhonderd miljoen!! – levende, voelende, lijdende en doodsbange dieren de slachthuizen binnen om er als onherkenbare bloederige lappen weer uit komen. Het enige daglicht dat bijna al deze stakkers zien is op hun laatste rit richting abattoir.
Het “Vrede op aarde” na het aansnijden van de rollade, de kalkoen, konijn, reebout of wat voor stoffelijke overschotten ook klinkt als een holle galm in een wereld waarin zorg, mededogen, respect en liefde begrippen zijn die – ook selectief - gereserveerd worden voor de eigen soort. De rest kan barsten.

En wat te denken van de slachtoffers van de doodseskaders die met kekke petjes, drollenvangers en camouflagejacks de natuur intrekken en/of vanaf hun laffe schuilplaatsen doodsbange dieren aan flarden schieten? Ik zag ze weer lopen of bij elkaar staan kletsen na weer een ‘geslaagde’ expeditie. Ze praten over een ‘mooi tableau’. Ik zie alleen maar dode dieren die graag nog even hadden willen doorleven en voor niets en niemand een gevaar of bedreiging vormden. Ze roepen elkaar “Weidmans Heil” toe. Ook zo’n kreet die bij mij associaties oproept die ik liever niet openbaar.

December feestmaand. Feest van de Dood in plaats van het Leven.

Herman Gallé


zaterdag 16 december 2017

Kerst(feest?)


Kerst. Feest van vrede. Feest van bij elkaar zijn. Feest van lekker eten en drinken. Feest van bezinning. Een feest van en voor mensen. Precies! Want voor niet menselijke dieren is er weinig feestelijks aan de kersttijd.

Dode dieren, al dan niet in herkenbare onderdelen gefragmenteerd, vormen nog steeds een essentieel onderdeel van de kerstdis. Het feest van het Leven kan kennelijk niet goed worden beleefd zonder daar miljoenen dierenlevens voor op te offeren. Konijnen, ganzen, fazanten, hazen, reeën, wilde zwijnen, varkens, koeien, kalkoenen, kippen, uit het leven geschoten of na een ellendig bestaan in de bio-industriestallen allesbehalve zachtzinnig in de slachthuizen om het leven gebracht. Overal op de kerstmenu’s walgelijke dingen als ganzen- en eendenlever (foie gras). De pijn, angst en stress die daarvoor geleden wordt laat ons koud, verdringen of bagatelliseren we. We laten toe dat wezens die meer met ons overeenkomen dan dat zij van ons verschillen, lijden en sterven voor ons plezier. We hebben de dieren in feite buiten onze verantwoordelijkheid geplaatst, waardoor hun leed en dood irrelevant of acceptabel wordt gevonden. Het proces van psychische dissociatie maakte het mogelijk dat joden in de oorlog ontmenselijkt werden en behandeld werden met een wreedheid, die we ons hier en nu niet (meer) kunnen voorstellen. Alleen de wijze waarop ik mij tot de ander verhoud, maakt het mij mogelijk de ander te laten lijden. Als een bepaalde groep zoals joden, maar ook moslims, christenen, atheïsten, vrouwen, homoseksuelen of zoals in dit geval dieren als minderwaardig wordt beschouwd, hebben wij mensen er blijkbaar weinig moeite mee hen te doen lijden of te misbruiken voor onze doeleinden. Zij die er op wijzen dat dieren gevoelens, emoties en eigenschappen hebben die ook wij bezitten worden honend weggezet als ‘antropomorfisten’ en wereldvreemde dromers. Wel, ik ben zo’n wereldvreemde antopomorfistische dromer en ik beschouw dat als een geuzentitel. Albert Schweitzer sprak eens de indrukwekkende woorden: “Ik wil leven te midden van leven dat wil leven”.  Het gemak waarmee de mens de levenswil van andere dieren negeert staat in schril contrast met het massale rouwbeklag dat wordt opgebracht bij menselijke tragedies.

Het wordt hoog tijd dat we beseffen dat dieren geen boodschap hebben aan onze feesten en tradities en gewoon willen leven naar hun aard en behoeften zoals ook wij dat willen. Vrede op aarde is een illusie. Zeker zo lang we ook voor dieren niet het mededogen en respect kunnen/willen opbrengen dat ze verdienen. Ik wens u fijne, leedloze feestdagen.



Herman Gallé